1. Operatie Barbarossa, de invasie van de Sovjet-Unie

De Slag om Stalingrad, die duurde van 23 augustus 1942 tot de Duitse overgave op 2 februari 1943, is waarschijnlijk het keerpunt in de Tweede Wereldoorlog geweest. Een Duits eliteleger, het 6. Armee, werd aan de Volga verslagen door het Rode Leger, dat nog maar enkele maanden eerder nagenoeg overwonnen leek. Stalingrad werd het symbool voor de wederopstanding van het Rode Leger en de morele doodsteek voor de Wehrmacht. Bij deze stad begon het tij zich voor de As-mogendheden te keren.

Inleiding

Dat de Duitsers de Sovjet-Unie zouden binnenvallen stond voor Adolf Hitler al lange tijd vast. In het oosten wilde hij Lebensraum vinden voor het Duitse volk. Hitler had dit idee in zijn politieke geschrift Mein Kampf al beschreven. In zijn ogen was Duitsland overbevolkt en had het volk meer land nodig. De Lebensraum wilde hij in Polen en de Sovjet-Unie vinden. De Bolsjevisten waren zijn aartsvijand, en hij zag de Sovjet-Unie daarom ook als een belangrijker doel dan Groot-Brittannië. Ookal verloren de Duitsers de Slag om Groot-Brittannië, toch openden zij een nieuw front in het Oosten.

Paulus en Hitler werken aan operatie Barbarossa

Direct nadat de plannen om Groot-Brittannië binnen te vallen waren verworpen begon het OKH, het opperbevel van de Duitse landmacht, aan een plan om de Sovjet-Unie binnen te vallen. Generalmajor Friedrich Paulus, de toekomstige opperbevelhebber van het 6. Armee maar nu nog medewerker in het OKH, was een van de eerste officieren die aan het plan begonnen te werken. De codenaam voor de operatie was Fall Fritz, maar op 18 december 1940 wijzigde Hitler in Führerweisung 21 deze naar operatie Barbarossa, naar Frederik I 'Barbarossa', de keizer van het Heilige Roomse Rijk die in de 12e eeuw de Derde Kruistocht had geleid. Nu zou zijn naam worden gebruikt voor de Kruistocht tegen het Bolsjevisme. Hitler gokte op een krachtig offensief. De operatie moest in de lente van 1941 beginnen, zodat de Sovjet-Unie verslagen zou zijn op het moment dat de gevreesde winter viel. Tegen Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt zei Hitler: "We hoeven alleen maar de voordeur in te trappen, en het verrotte bouwsel zal instorten!"

Het ingrijpen van Hitler op de Balkan had hem gedwongen de dag voor de aanval te verschuiven van de oorspronkelijke datum van 15 mei naar 22 juni, de dag, waarop 129 jaar eerder Napoleons legers de Njemen overstaken voor hun tocht naar Rusland. Dit betekende dus, dat meer dan zeven weken van de toch al zo krap toegemeten tijd voor de Blitzkrieg verloren waren gegaan.

In de lente van 1941 negeerde Stalin alle aanwijzingen dat Duitse troepen zich samentrokken bij de Duits-Poolse grens. Misschien voelde hij zich veilig door het Duits-Russische verdrag. Misschien wilde hij Hitler niet provoceren of misschien dacht hij dat Hitler geen oorlog in het oosten zou aandurven zolang Groot-Brittannië nog niet was verslagen. Ook had Stalin een waarschuwing ontvangen van geheim agent Richard Sorge, welke in Tokio had gehoord van de operatie. Verder had de Rote Kapelle, het grootste spionage- en verzetsnetwerk in Duitsland en bezet Europa, informatie aan Moskou doorgespeeld. En als Stalin Mein Kampf had bestudeerd, had hij kunnen weten dat Hitler vroeg of laat de Sovjet-Unie zou binnenvallen.

Operatie Barbarossa
Operatie Barbarossa, aanvankelijk zeer
succesvol

Op 22 juni 1941 om 3:15 begon operatie Barbarossa. De Duitse strijdmacht was verdeeld in drie Heeresgruppen, samen bestaand uit 119 divisies. Heeresgruppe Nord onder Generalfeldmarschall Wilhelm Ritter von Leeb bestond uit 26 divisies, Heeresgruppe Mitte onder Generalfeldmarschall Fedor von Bock was opgebouwd uit 51 divisies en Heeresgruppe Süd onder Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt bestond uit 42 divisies. Het invasieleger bestond uit 3.050.000 soldaten, ruim 3.350 pantservoertuigen, meer dan 7.000 kanonnen, ruim 600.000 paarden en meer dan 2.000 vliegtuigen. Het was het grootste leger aller tijden en de grootste militaire onderneming aller tijden. Aan Sovjetzijde stonden hier vier Speciale Militaire Districten tegenover, welke toen de oorlog uitbrak op 22 juni werden omgedoopt tot Fronten. Het Baltische Speciale Militaire District onder kolonel-generaal Fedor I. Koeznetsov, het Westelijke Speciale Militaire District onder leger-generaal Dmitry G. Pavlov, het Kiev Speciale Militaire District onder kolonel-generaal Michail P. Kirponos en het Odessa Militaire District onder kolonel-generaal Jakov T. Tsjerevitsjenko (later respectievelijk het Noordwestelijke, Westelijke, Zuidwestelijke en Zuidelijke Front). Deze vier districten bestonden samen uit 132 divisies.

De taak van Heeresgruppe Nord was het in noordoostelijke richting op te rukken langs de Oostzeekust naar Leningrad. Heeresgruppe Mitte moest oostwaarts oprukken naar Moskou en Heeresgruppe Süd moest zuidoostwaarts oprukken en de Oekraïne en het Donetsbekken veroveren. Voor Heeresgruppe Süd werden geen steden als strategische doelen aangegeven.

Het Duitse leger boekte geweldige resultaten in de eerste dagen en weken van de operatie. Door de zuiveringen in 1937 en 1938 had Stalin het Rode Leger van haar hersenen beroofd. De meeste officieren waren onervaren op het moment dat de Duitse aanval losbrak. Ook was veel van het materieel verouderd: een groot deel van de luchtmacht was nog uitgerust met dubbeldekkers en van de 14.000 tanks van het Rode Leger waren er slechts 1.861 moderne KV-1's en T-34's. Verder bezat het leger veel te weinig radio's om efficiënt te kunnen communiceren. De samenwerking tussen het Rode Leger en de Rode Luchtmacht was, mede hierdoor, bijzonder slecht. De Luftwaffe bijvoorbeeld vernietigde gedurende de eerste dagen van de operatie bijna de helft van de Rode Luchtmacht. De enige sterke kant die het Rode Leger had was getalsterkte: in Europees Rusland bedroeg de sterkte in het veld ongeveer 3,5 miljoen man, en er waren nog 1,5 miljoen soldaten in andere delen van de Sovjet-Unie gestationeerd.

De Duitse opmars vertraagt

In een serie succesvolle Kesselschlachts maakte de Wehrmacht in de eerste weken enorme aantallen soldaten krijgsgevangen. Ook werd Kirponos gedood en Pavlov geëxecuteerd. Op 1 augustus stonden de Duitsers nog maar zo'n 400 km van Moskou en hadden meer dan twee miljoen Sovjetsoldaten gedood, verwond of gevangen genomen. Op 30 juli verbood Hitler officieel elke aanval op Moskou. Generaloberst Halder, de Chef van de Generale Staf van het OKH, had echter voorgesteld om bij Moskou een beslissende Vernichtungschlacht af te dwingen. Hitlers beslissing leidde tot discussies in de gelederen van Duitse opperbevel, en dat in een periode waarin het Rode Leger in chaos verkeerde. Omdat men verzuimd had vooraf een gedetailleerd operatieplan te bedenken otstond deze discussie midden in de campagne. Hitler twijfelde tussen vernietiging van het Rode Leger bij Moskou en het veroveren van Leningrad of de Oekraïne. Hij koos voor het laatste. Hitler streefde doelen na die een langdurige oorlog vereisten en ondermijnde daarmee de kans om in één campagne met de Sovjets af te rekenen.

De Slag om Moskou
De Sovjets gaan in het offensief

In september liet Hitler Heeresgruppe Mitte snel versterken. In operatie Taifun (Tyfoon) moest zij toch oprukken naar Moskou. De schaarse wegen waren echter in modderpoelen veranderd en de opmars vertraagde. Leger-generaal Georgy K. Zjoekov, welke de leiding bij Moskou had overgenomen, verraste de Duitsers op 5 december met een tegenaanval. De Duitsers werden een teruggedrongen en dreigden omsingeld te worden, maar op 16 december beval Hitler zijn troepen stand te houden en niet verder terug te trekken. Op 5 januari beval Stalin, tegen het advies van Zjoekov in, een algemeen offensief over het hele Oostfront. Hierdoor verwaterde de samengebalde kracht van de Sovjetklap. Hoewel de Sovjets elders successen boekten, nam de dreiging voor Heeresgruppe Mitte gestaag af. In februari 1942 verzandde het Sovjetoffensief en had de Wehrmacht haar zelfvertrouwen hervonden.

Paulus neemt het 6. Armee over

In het zuiden werd op 20 november 1941 Rostov aan de Don veroverd door het 1. Panzerarmee onder Generaloberst Ewald von Kleist. Op 28 november werd de stad echter alweer verlaten omdat ten noorden van Rostov, tegen de flanken van de speerpunt, een felle tegenaanval plaatsvond. Er waren geen troepen in de buurt om de flanken van de speerpunt te ondersteunen. Daarom vroeg Gerd von Rundstedt, de opperbevelhebber van Heeresgruppe Süd, toestemming van het OKH om het 1. Panzerarmee terug te trekken tot over de rivier de Mjoes. Adolf Hitler kon niet geloven dat het von Rundstedt ontbrak aan troepen en gaf von Kleist geen toestemming terug te trekken. Von Rundstedt wilde van zijn commando ontheven worden als zijn optreden niet langer het vertrouwen van Hitler genoot, en dus ontsloeg Hitler hem. Hij werd op 3 december vervangen door Generalfeldmarschall Walther von Reichenau, de voormalige opperbevelhebber van het 6. Armee. General der Panzertruppen Friedrich Paulus, de man die had geholpen bij het ontwerpen van operatie Barbarossa, kreeg het bevel over het 6. Armee. Paulus had nog nooit eerder een eenheid gecommandeerd en had alleen ervaring als stafofficier, maar kreeg nu het bevel over het grote 6. Armee, in plaats van een van de korpscommandanten. Hitler was niet enthousiast maar stemde toe. Op 17 januari stierf von Reichenau na een zware noodlanding van zijn vliegtuig. Hij werd op zijn beurt vervangen door Generalfeldmarschall Fedor von Bock.

VORIGE - VOLGENDE

Home