Kerst in Stalingrad

Oberarzt Dr. med. lic. theol. Kurt Reuber

Bij de discussie over de mogelijkheid van een uitbraak uit de Kessel in de tweede helft van december 1942 werd één merkwaardige psychologische factor van belang over het hoofd gezien. Kerst was op komst. Geen enkele formatie van het Duitse leger was daar zo op gefixeerd als het omsingelde 6. Armee. De buitengewone zorgen die aan de viering ervan werden gewijd, duidden niet op enig ongeduld om uit te breken. Ongetwijfeld speelde escapistische dagdromerij een rol, evenals waarschijnlijk de vestingmentaliteit die Hitler cultiveerde.

De voorbereidingen begonnen ruim voordat Hoth begonnen was met zijn ontzettingspoging. Vanaf het begin van de maand legden de soldaten kleine hoeveelheden voedsel opzij voor het Kerstfeest. Een eenheid in de 297. Infanteriedivision slachtte een paard om 'paardensaus' voor het Kerstfeest te maken. Van taai steppegras werden adventskransen gevlochten en van hout werden kerstboompjes gesneden om iets 'net als thuis' te maken. In ijzeren staven waren gaten geboord waar stukken hout in waren gestoken. Plukken watten, achterovergedrukt in veldhospitalen, dienden als Kerstballen. Sterren van gekleurd papier sierden de metalen boomtoppen. De sentimentaliteit bleef niet beperkt tot de soldaten. De commandant van de 376. Infanteriedivision, Generalleutnant Alexander Edler von Daniels, versierde zijn pasgegraven bunker met een kerstboom, met daaronder een foto van zijn kind, dat kort na de omsingeling was geboren. Aan zijn vrouw schreef hij over zijn plan om kerstavond "op z'n Duits, maar dan in het verre Rusland" te vieren. "Iedereen probeerde iemand een klein genoegen te bereiden," schreef hij nadat hij zijn manschappen in hun bunkers had bezocht. "Het was echt verheffend deze kameraadschap aan het front te beleven."

De 'Festungsmadonna'

Een man die de kerstboodschap als geen ander begreep, was de 36-jarige Oberarzt Dr. med. lic. theol. Kurt Reuber. Hij was een priester die als chef-arts dienst deed bij de 16. Panzerdivision. Twee dagen voordat de Kessel werd gesloten, 21 november 1942, was hij teruggekeerd bij zijn onderdeel. Het zou spoedig moeilijk te onderscheiden zijn naar wiens diensten de meeste vraag was, die van de arts of die van de geestelijke. "We kruipen bij elkaar in holen van een kloof in de steppe," schreef hij. "Allerarmzaligst uitgegraven en ingericht. Vuil en leem. Niets van te maken. Haast geen hout voor bunkers. Rondom een triest landschap, eentonig en droefgeestig. Winterweer met wisselende kou. Sneeuw, storm, vorst, plots dooi. 's nachts muizen over je gezicht." Reuber was ook een begaafd amateurkunstenaar. Zijn bunker in de steppe ten noordwesten van Stalingrad had hij veranderd in een atelier. Hij maakte met houtskool een tekening op de achterkant van een buitgemaakte Russische kaart, het enige grote stuk papier dat er te vinden was. Die tekening, de 'Festungsmadonna', stelt een moeder met haar kind beschermend in de armen voor, vergezeld van de zin '1942 - Weihnachten im Kessel Festung Stalingrad' en de woorden van Johannes de Evangelist, 'Licht, Leben, Liebe'. Toen de tekening voltooid was, prikte Reuber haar aan de wand van zijn bunker. Iedereen die binnenkwam bleef staan kijken en velen begonnen te huilen. Met enige gêne zag hij zijn bunker veranderen in een soort bedevaartsoord. In januari werd de tekening uit de Kessel gevlogen. Kurt Reuber stierf in krijgsgevangenschap. Sinds 26 august 1983 hangt de 'Festungsmadonna' in de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche in Berlijn. Replica's ervan hangen in diverse kerken in Duitsland en Oostenrijk, maar ook in de kathedraal van Coventry en in de Russisch-Orthodoxe kathedraal in Volgograd.

Een Kerstkaart van het Oostfront

Op de avond van 24 december waren de meeste Duitse soldaten bij elkaar gekropen in warme bunkers. Plotseling klonken de gelijkmatige explosies van duizenden veelkleurige lichtsignalen die door de lucht vlogen. Er ontstond en schitterend vuurwerk wat zich uitstrekte van Orlovka in het noordoosten tot Baboerkin in het westen, en van de neus van Marinovka via Karpovka en Tsybenko weer terug naar de Volga. Het was de Duitse begroeting van de Kerstdagen. Er kan weinig twijfel bestaan over de oprechtheid en de spontane vrijgevigheid van die Kerst. Een luitenant gaf zijn laatste sigaretten, schrijfpapier en brood als cadeautjes aan zijn manschappen. "Zelf had ik niets," schreef hij naar huis, "en toch was het een van mijn mooiste kerstavonden om nooit te vergeten." Op Kerstavond gaf Reubers bataljonscommandant zijn laatste fles champagne aan de officieren en soldaten in de ziekenboeg, maar net toen alle bekers gevuld waren, ontploften buiten vier bommen. Iedereen wierp zich op de grond en alle wijn werd gemorst. Reuber rende de bunker uit op zoek naar slachtoffers: een dode en drie gewonden. Binnen enkele minuten was Reubers 'kapel' een eerste hulppost geworden. Een van Reubers mede-officieren werd zwaar gewond binnengebracht. Hij stierf onder de 'Festungsmadonna'. Van het feest kwam niets meer terecht, mede doordat de 16. Panzerdivision en de 60. Motorisierte Infanteriedivision in de eerste uren van Kerstmorgen zwaar onder vuur lagen. Op Eerste Kerstdag stierven er 1280 Duitsers in de Kessel.

In de bunkers zongen de soldaten bij het licht van opgespaarde kaarsstompen met schorre stem het traditionele 'Stille Nacht, heilige Nacht'. De commandant van het XI. Armeekorps, General der Infanterie Karl Strecker, was zichtbaar geroerd op zijn rondgang langs de stellingen aan het front. "Het is een 'stille nacht' te midden van krijgsrumoer," schreef hij. "Een Kerst die de ware broederschap van de soldaten laat zien." Soldaat Ekkehart Brunnert en zijn kameraden hadden zichzelf overtroffen. Een prachtig gebeeldhouwde houten Kerstboom domineerde een gammele tafel. Iemand had een grammofoonplaat met platen meegebracht en terwijl er luid gezongen werd, kreeg Brunnert een zak die gevuld was met delicatessen: chocola, brood, koekjes, koffie, sigaretten en zelfs drie sigaren.

Op Kerstmorgen om 07:00 meldde het oorlogsdagboek van het 6. Armee: "Geen bevoorradingsvluchten aangekomen in de laatste 48 uur (een tikje overdreven). Voeding en brandstof raken op." Later die dag stuurde Paulus een waarschuwingssignaal naar Heeresgruppe Don om door te zenden naar Genel der Infanterie Kurt Zeitzler, de Chef van de Generale Staf van het Heer: "Als in de komende dagen de aanvoer niet verbeterd kan worden, moet in toenemende mate rekening gehouden worden met sterfgevallen wegens uitputting." Er was zelfs een tekort aan brandstof voor de voertuigen die de voorraden naar het front brachten. Toen op 26 december uiteindelijk 108 ton goederen werd aangevoerd, constateerde het hoofdkwartier van het 6. Armee dat ze tien ton snoep voor Kerst hadden gekregen, maar geen brandstof.

In stellingen die niet werden aangevallen, brachten de manschappen het laatste uur van Eerste Kerstdag door in een bunker met radio om te zoeken naar kortegolfuitzendingen vanuit Duitsland. De vorige avond hadden velen geluisterd naar de populaire zangeres Lale Anderson, terwijl ze speciale verzoeknummers voor de soldaten zong. Nu kregen de mannen, op de avond van Eerste Kerstdag, het 'Kerstprogramma van de Großdeutsche Rundfunk' te horen. Deze was samengesteld door de Minister voor Volksvoorlichting en Propaganda, Joseph Goebbels. Het was zogenaamd afkomstig van alle grenzen van het Derde Rijk en voornamelijk gericht op de burgerbevolking. Terwijl Goebbels de namen van veroverde steden opdreunde, maakte het Duitse volk een rondtocht langs de fronten. "En nu uit Narvik," kondigde Goebbels plechtig aan terwijl een koor van zangers, gestationeerd in de Noorse havenstad, begon te zingen. "En uit Tunesië," zei Goebbels. Nu werd 'Stille Nacht, heilige Nacht' gezongen door soldaten die Amerikaanse en Britse troepen de weg versperden naar Bizerte en Tunis. "En uit Stalingrad!" zei Goebbels plotseling. Krakerig meldde een stem zich vanaf het front aan de Volga, waarna een koor vrolijk 'Stille Nacht, heilige Nacht' begon te zingen, als teken dat alles goed ging in Stalingrad. Sommige manschappen aanvaardden de misleiding als noodzakelijk, maar de meesten waren woedend. Zij vonden dat hun familie, en het gehele Duitse volk, voor de gek werden gehouden. Goebbels ging door met zijn in scène gezette programma, maar zijn landgenoten die opgesloten zaten op de Russische steppe hadden hun radio's al afgezet.

Als ze de kans kregen, gingen de meeste mannen apart zitten om met Kerst een brief naar huis te schrijven waarin ze hun heimwee konden uiten. "In ons hart blijven we allemaal hopen dat alles ten goede keert," schreef een arts uit de 44. Infanteriedivision. "Kerst was natuurlijk niet leuk," schreef hij een paar dagen later aan zijn vrouw. "In zo'n tijd maar liever geen feestdagen... Men mag, denk ik, niet te veel van het geluk verlangen." Op Kerstdag daalde de temperatuur tot 25 graden onder nul. Generalstabsarzt Otto Renoldi, de legerarts van het 6. Armee, verbood evacuatie door de lucht van bevriezingsslachtoffers echter omdat die zich de verwondingen zelf toegebracht konden hebben om aan de strijd te ontkomen.

Op de avond voor Kerstmis bleef het aan het Stalingradfront alarmerend rustig. Er werd weinig gehoord van de Sovjets, op het gekras van de luidsprekers na die er bij de Duitsers op aandrongen om hun wapens neer te leggen en over te lopen. In de Kerstnacht daalde de temperatuur nog verder. In de vroege ochtend van Eerste Kerstdag woedde er een verblindende sneeuwstorm in de Kessel. Het zicht was minder dan tien meter. Windvlagen met een snelheid van meer dan 80 kilometer per uur huilden door de balka's, en de mannen van het 6. Armee sliepen hun roes van wijn, cognac en rum uit. Maar om 05:00 verstoorden Katjoesja-raketten de betrekkelijke rust toen duizenden projectielen op de Duitse stellingen werden afgevuurd. Zware mortieren en stukken geschut overstemden de loeiende wind. De grond trilde onder het bombardement. Plotseling waren er overal Sovjettanks en soldaten in de sneeuwstorm. De Duitse infanterie vuurde lukraak en was gedwongen zich terug te trekken naar een tweede weerstandslinie. In de sector van de 16. Panzerdivision en de 60. Motorisierte Infanteriedivision moesten eenheden bij 35 graden onder nul en ijzige wind in de tegenaanval. De strijd woedde voort tot in de middag, maar het goed ingegraven 6. Amee weerstond de verpletterende aanval.

Home