5. Tsjoeikov neemt de leiding over

Het uit het zuidwesten komende XXXXVIII. Panzerkorps van General der Panzertruppen Kempf, onderdeel uitmakend van Hoths 4. Panzerarmee, rukte zo snel naar het noordoosten op dat Von Weichs, de opperbevelhebber van Heeresgruppe B, een gelegenheid zag om het 62e Leger en delen van het 64e Leger te omsingelen. Hij wilde een Kesselschlacht creëren en de Sovjetlegers vernietigen voordat zij zich terug konden trekken in Stalingrad. Von Weichs gaf Hoth opdracht noordwaarts op te rukken en bij Pitomnik, zo’n 15 kilometer ten westen van Stalingrad, contact te maken met het 6. Armee. Maar Paulus’ infanteriedivisies rukten slechts langzaam naar het oosten op en konden nooit om de Sovjetachterhoede heen trekken. De enige mogelijkheid was het XIV. Panzerkorps, dat zich ten noorden van Stalingrad aan de Volga bevond, naar het zuiden te sturen om de tang te sluiten. Paulus vond dit een te grote gok, vreesde dat Hubes tanks vanwege brandstoftekort om zouden moeten keren, vreesde ook dat het noordelijke front in gevaar zou gaan komen en keerde zich tegen het plan. Jeremenko zag ondertussen het gevaar van de omsingeling en begon het 62e en 64e Leger terug te trekken naar de buitenwijken van Stalingrad.

Lopatin vertrekt
Luitenant-generaal Lopatin, 1942

Maar het 62e Leger had tijdens de gevechten zware verliezen geleden: de 87e Jagerdivisie bijvoorbeeld had begin september nog maar 180 man, de 112e slechts 150 man en de 99e Tankbrigade telde nog maar 120 man en geen tanks. Luitenant-generaal Lopatin, de commandant van het 62e Leger, was niet meer tegen de situatie opgewassen. Hij had zich dapper geweerd maar was steeds pessimistischer geworden. Met de Volga in de rug en superieure troepen voor hem begon zijn wilskracht te breken. Hij kwam tot de conclusie dat Stalingrad niet gehouden kon worden en begon zijn eenheden, zonder bevel van hogerhand, terug te trekken. Jeremenko onthief hem daarop uit zijn functie. Generaal-majoor Krylov, de chef-staf van het leger, nam tijdelijk het commando over. Jeremenko ging op zoek naar een nieuwe legercommandant.

Bij de linkerflank van het 62e Leger bereikten de Duitsers op 8 september een doorbraak. Bij Koeporosnoje bereikten ze de Volga, waardoor Krylovs 62e Leger afgesneden was van Sjoemilovs 64e Leger. Het 62e Leger was nu volledig omsingeld, met de Volga in de rug. Voor de staf van het Stalingradfront werd het te gevaarlijk in de stad, en op 11 september werd het hoofdkwartier, dat tot dusver in het dal van de Tsaritsa gevestigd was geweest, naar de oostelijke oever overgeplaatst. Doordat de bunker zwaar onder vuur lag en de verbindingen telkens werden verbroken hadden Jeremenko en Chroesjtsjov, het Lid van de Militaire Raad (de hoogste politieke functionaris), Stalin toestemming gevraagd het hoofdkwartier naar de overkant van de Volga te evacueren.

Tsjoeikov in Stalingrad

Diezelfde dag werd Tsjoeikov ontboden op het hoofdkwartier van het Stalingradfront. Hij arriveerde hier de volgende dag om 10:00 uur 's morgens en had een kort gesprek met Jeremenko en Chroesjtsjov. Tsjoeikov was benoemd tot commandant van het 62e Leger. Chroesjtsjev vertelde Tsjoeikov dat de commandant van het 62e Leger, luitenant-generaal Lopatin, niet geloofde dat zijn leger de stad kon behouden. Hij was zonder toestemming begonnen met het terugtrekken van zijn eenheden en was daarom van zijn commando ontheven. Het leger was tijdelijk onder het commando van de chef-staf, generaal-majoor Krylov, komen te staan. Chroesjtsjov vroeg Tsjoeikov hoe hij zijn taak uitlegde, waarop Tsjoeikov antwoordde: “Wij kunnen de stad niet aan de vijand overgeven, want ze is voor ons en voor het gehele volk der Sovjets van het grootste belang. Het verlies zou het moreel van het volk ondermijnen. Alle mogelijke maatregelen zullen worden genomen om te verhinderen dat de stad valt. Ik vraag nu niets, maar ik zou de Militaire Raad willen vragen mij geen hulp te weigeren wanneer ik die vraag en ik zweer dat wij niet zullen terugtrekken. We zullen de stad verdedigen of daar sterven." Die avond stapte Tsjoeikov op een veerboot naar de stad en voegde hij zich bij zijn chef-staf Krylov en het lid van de Militaire Raad Goerov, die een commandopost hadden in een loopgraaf op de Mamajev Koergan.

Luitenant-generaal Tsjoeikov, tweede helft van 1942

Terwijl de Duitsers voor de poorten van Stalingrad stonden voelde Tsjoeikov wel wat voor een aanval, die zijn troepen dicht bij de Duitsers zou brengen en het daardoor voor de Luftwaffe moeilijk zou maken tegen hen te opereren. Er moesten hiervoor nog wat troepen gehergroepeerd worden en de aanval zou op de 14e worden gelanceerd. De Duitsers waren de Sovjets echter voor. Om 06:30 uur op 13 september lanceerde Von Seydlitz-Kurzbachs LI. Armeekorps met vijf divisies een concentrische aanval op de stad. De doelen waren de Mamajev Koergan en het centrum. De Duitse troepen waren zeer zelfverzekerd en gemotiveerd. Tsjoeikov werd op de Mamajev Koergan, die nu aan de frontlijn lag, ruw gewekt door zwaar artillerievuur en bomaanvallen. De strijd duurde de gehele dag; Duitse vliegtuigen waren onafgebroken boven het slagveld. De telefoonkabels van de legerstaf werden voortdurend verbroken en er vielen verscheidene slachtoffers bij de staf. Tsjoeikov bleef echter rustig en noemde de situatie ‘enigszins verontrustend’. Ondanks de Duitse aanval besloot hij de tegenaanval door te zetten. Hij had hier niet veel troepen voor tot zijn beschikking maar wist dat een tegenaanval het laatste was dat de Duitsers verwachtten.

Tsjoeikov kon de strijd echter niet adequaat leiden vanuit zijn commandopost op de Mamajev Koergan en dus vertrok hij de volgende dag met zijn staf zonder gegeten te hebben (het ontbijt was door een bom opgeblazen en het middagmaal had een voltreffer van een mortier gekregen) naar de bunker in het dal van de Tsaritsa, die twee dagen eerder door de staf van het Stalingradfront was verlaten. De staf arriveerde om 03:00 uur in de bunker. Een half uur later begon het 62e Leger met haar tegenaanval. Tsjoeikov bracht Jeremenko op de hoogte en kreeg van hem te horen dat er versterkingen onderweg waren: de 13e Garde-Jagerdivisie van generaal-majoor Rodimtsev zou zich in de loop van de dag verzamelen op de oostelijke oever bij het veer.

Strijd voor de stijgers
Een Sovjetkanon in Stalingrad, 1942

Kort hierna kreeg Tsjoeikov te horen dat de tegenaanval was mislukt: de Duitsers rukten op in de richting van station Stalingrad-1 (het centraal station). Als de Duitsers dit station wisten te bezetten was de kans groot dat ze de centrale aanlegstijger zouden veroveren voordat Rodimtsevs divisie was aangekomen. De frontlinie lag nu 800 meter van het legerhoofdkwartier verwijderd. Om 14:00 uur arriveerde Rodimtsev, na een gevaarlijke tocht door de stad (de Duitsers hadden in een groep gebouwen die de ‘specialistenhuizen’ werden genoemd zware mitrailleurs opgesteld die de rivier en de aanlegsteiger bestreken) om instructies te vragen. Hij kreeg als taak het gebied tussen de Tsaritsa in het zuiden en de Mamajev Koergan in het noorden te verdedigen. Bij het invallen van de schemering, zo rond 21:00 uur, zou zijn divisie (met 10.000 man bijna op volle sterkte) aan de oversteek beginnen.

Tsjoeikov moest het dus nog minstens tien uur zelf uithouden. Er waren geen reserves meer en zelfs stafofficieren en wachtposten van het legerhoofdkwartier waren in actie. Als laatste optie gooide Tsjoeikov kolonel Sarajevs 10e NKVD-Jagerdivisie, het Stalingradgarnizoen, wat nu onder het 62e Leger viel, in de strijd. Deze divisie had ook nog zo’n 1500 brandweerlieden, politiemannen en fabrieksarbeiders onder haar bevel. Tsjoeikov gaf hen opdracht een paar solide gebouwen in het centrum uit te zoeken, ze te versterken, 50 tot 100 man in elk gebouw te installeren en ze tot het bittere einde te verdedigen.

Krylov, Tsjoeikov, Goerov en Rodimtsev in het hoofdkwartier van het 62e Leger

Aan het begin van de middag hadden de Duitsers de Mamajev Koergan veroverd en de inname was een zware klap voor de Sovjets. Hier kwam nog bij dat Tsjoeikov opdracht gaf alle zware artillerie van het leger naar de oostelijke oever te verschepen. Dit was een verstandig besluit, aangezien de artillerie veel te kwetsbaar was in de stad en er amper munitie en vervoersmiddelen voor waren. Munitie zou ook teveel kostbare scheepsruimte innemen; artilleriewaarnemers in de stad zouden aan de geschutsbemanningen doelen doorgeven. De soldaten zagen dit echter als een terugtocht en het moreel zakte in. Tsjoeikov besloot niet tot de avond te wachten en Rodimtsevs divisie al om 17:00 uur over te laten steken, ondanks het daglicht en de vijandelijke vliegtuigen boven de Volga. Het was een onvoorstelbare chaos. Duitse duikbommenwerpers vielen de bootjes op de rivier aan, evenals gebouwen en munitievoorraden op de oever. Duitse machinegeweerschutters en sluipschutters namen de steigers onder vuur. De meerderheid van de gardisten stierf tijdens de overtocht, maar degenen die overleefden gingen met buitengewone wilskracht de strijd aan met de Duitsers. In wrede man-tegen-man-gevechten wisten ze de Duitsers van de oversteekplaats te verdrijven. Dat Rodimtsev zich ook in een van de bootjes bevond en Tsjoeikovs hoofdkwartier op 500 meter van de frontlijn lag deed de soldaten goed.

Toen de schemering viel begon de strijd af te nemen. De Duitsers stonden aan de Mamajev Koergan en het centraal station, maar hadden deze nog niet veroverd. Het station werd nog verdedigd door 100 man en één tank. Ze hadden vele gebouwen in het centrum bezet en het centrale deel van het 62e Leger weggevaagd. De Duitsers waren nog maar 450 meter van het legerhoofdkwartier verwijderd.

VORIGE - VOLGENDE

Home