Friedrich Paulus, de wankelmoedige

Friedrich Wilhelm Ernst Paulus werd geboren op 23 september 1890 in Breitenau-Gershagen, een klein plaatsje in Kreis Meisungen in Hessen, als zoon van Ernst-Alexander Paulus en Bertha Nettelbeck. Zijn vader werkte als boekhouder in een verbeteringsgesticht en was met de dochter van zijn directeur getrouwd. De familie was niet van adel en dus stond er geen 'von' in de familienaam, zoals vaak ten onrechte beweerd wordt. Na in 1909 zijn opleiding aan het Wilhelms-Gymnasium in Kassel te hebben afgerond, solliciteerde Paulus in 1909 voor een officiersfunctie bij de Duitse Keizerlijke Marine, maar hij werd niet aangenomen omdat hij niet van adel was. Teleurgesteld begon hij later dat jaar aan een studie rechten aan de Universiteit van Marburg. In 1910 begon het Duitse leger zich uit te breidden en solliciteerde Paulus voor een officiersfunctie in het leger. Hij werd aangenomen en kwam op 18 februari 1910 als Fahnenjunker bij het Badische Infanterieregiment 3 'Markgraf Ludwig Wilhelm' terecht, gelegen in Rastatt (Baden). Op 18 oktober volgde zijn bevordering tot Fähnrich. Hierna ging Paulus naar de Oorlogsschool 'Engers' voor officieren en op 18 augustus 1911 werd hij bevorderd tot Leutnant.

General der Panzertruppen Friedrich Wilhelm Ernst Paulus

Paulus was een nette, lange man die veel aandacht besteedde aan zijn kleding. Hij had uitstekende manieren, en gedroeg zich altijd netjes, bang om mensen te beledigen. Hij droeg altijd handschoenen en waste zich het liefst twee maal per dag. Hij verachtte vuil en trok verscheidene malen per dag een schoon uniform aan, ook op de weinige dagen die hij doorbracht in het veld. Leeftijdgenoten noemden hem 'der Lord'. In 1912 ontmoette Paulus Elena Constanze Rosetti-Solescu, wier vrienden haar 'Coco' noemden. Ze was een knappe Roemeense vrouw uit een rijke en aristocratische Roemeense familie. Haar beide broers waren officieren die dienden in Paulus' regiment. Via hen ontmoette Paulus haar en ze trouwden op 4 juli 1912. Hun eerste kind, een dochter genaamd Olga, werd geboren in 1914. De tweeling Friedrich en Ernst-Alexander werd geboren op 11 april 1918 en beide zoons zouden beroepsofficier worden.

De eerste Wereldoorlog

Sinds 1 oktober 1913 was Paulus adjudant van het III. Bataillon van Infanterieregiment 3. Het regiment vocht in de Eerste Wereldoorlog aan het westelijke front. Vanaf 6 augustus 1914 vocht het regiment bij Verdun. Paulus verliet zijn regiment in november 1914 doordat hij ziek was geworden. Na zijn herstel werd hij in augustus 1915 een stafofficier van het Preußischen Jägerregiment 2, een elite-eenheid van het Alpenkorps. Op 18 december 1915 werd hij bevorderd tot Oberleutnant en werd hij bataljonsadjudant. Hierna werd hij voor korte tijd commandant van een machinegeweer-bataljon. Op 6 mei 1916 werd Paulus regimentsadjudant. Op 4 mei 1917 werd hij overgeplaatst naar de generale staf van het Alpenkorps, waar hij als Ic de chef inlichtingen was. Dit korps diende aan het oostelijke en later ook aan het westelijke front bij Verdun. Daar leed het korps zware verliezen. Vanaf 11 mei 1918 diende Paulus in de staf van de 48. Reservedivision. Op 20 september 1918 werd Paulus, ondertussen onderscheiden met het Eisernen Kreuz II. en I. Klasse, bevorderd tot Hauptmann. Hij kreeg in de oorlog nooit het commando over een noemenswaardige eenheid.

Na de oorlog bleef Paulus in het verkleinde Duitse Leger. Gedurende een oefening kreeg hij even het commando over een bataljon, maar zijn superieuren merkten dat Paulus veel twijfelde en niet zo gemakkelijk besluiten kon nemen. "Deze officier mist onbetwistbaarheid!" merkte zijn commandant uit die tijd op. Zoals later zou blijken, zou deze karaktereigenschap hem altijd blijven achtervolgen. Paulus blonk daarentegen wel uit als stafofficier en bleef daarom ook dergelijke taken vervullen. Hij werkte graag van achter een bureau en was een getalenteerd tacticus. Hij speelde graag oorlogsspellen en formuleerde zijn beslissingen nauwgezet, na eerst alle aspecten te hebben uitgezocht.

Na een korte tijd in het Freikorps 'Grenzschutz Ost' te hebben gediend werd Paulus op 1 juli 1919 brigade-adjudant, totdat hij op 1 oktober naar Schützenregiment 113 werds overgeplaatst. Paulus werd in het nieuwe Reichsheer op 28 maart 1920 adjudant van het Badische Infanterieregiment 14 in Konstanz. Op 1 juni 1922 werd Paulus naar de staf van Gruppenkommando 2 in Kassel overgeplaatst, totdat hij in oktober begon aan een opleiding tot Generale Stafofficier aan het Reichswehrministerium in Berlijn. In 1923 werd Paulus ingedeeld bij de Generale Staf in Kassel. Vanaf 6 december 1923 volgde hij ook lessen aan de Technische Universiteit van Charlottenburg. Op 1 april 1925 werd hij overgeplaatst naar de staf van Infanterieführer V en op 1 oktober 1926 naar de staf van Artillerieführer V in Stuttgart, waar hij meerdere jaren als leraar werkzaam was. Vanaf 1 oktober 1927 was Paulus commandant van de 2. Kompanie van het Württembergischen Infanterieregiment 13 in Stuttgart. Dit bleef hij precies drie jaar; op 1 oktober 1930 werd hij tactiek-instructeur in de staf van de 5. Infanteriedivision. Op 1 februari 1931 volgde zijn promotie tot Major en dat jaar werd hij ook benoemd tot hoofd van de leergangen taktiek in het Reichswehrministerium, een functie die hij ruim drie jaar lang zou vervullen.

Op 1 juni 1933 volgde de bevordering tot Oberstleutnant. Sinds 1 april 1934 hielp Paulus wel eens bij de Heeres-Ausbildungsabteilung als leraar bij de officiersopleidingen, maar op diezelfde datum kreeg hij ook voor het eerst een noemenswaardig commando: hij werd commandant van Kraftfahr-Abteilung 3 in Wünsdorf, nabij Berlijn, die datzelfde jaar werd omgedoopt tot Aufklärungs-Abteilung (mot.) 3, wat een van de eerste Duitse gemotoriseerde bataljons was. Op 1 juni 1935 werd Paulus bevorderd tot Oberst en in september volgde hij Heinz Guderian op als chef van de generale staf van het Kommando der Kraftfahrtruppen in Berlijn. Dit commando coördineerde de opbouw van het tankwapen binnen de Wehrmacht. Paulus paste zich snel aan aan de nieuwe ideeën inzake mobiele oorlogsvoering en was nauw verbonden aan de ontwikkelingen van de gemotoriseerde tak van de nieuw gevormde Wehrmacht. Paulus was geen nazi en had niets te maken met de machtsovername van de NSDAP, maar kon zich wel vinden in Hitlers ideeën. Vanaf 1 november 1938 was Paulus chef van de generale staf van het XVI. Armeekorps (mot.) in Berlijn, het eerste gemotoriseerde legerkorps van de Duitse strijdkrachten. Op 1 januari 1939 werd Paulus bevorderd tot Generalmajor en vanaf 1 mei was hij chef van de generale staf van Heeresgruppe 4 in Leipzig. Eenheden van deze Heeresgruppe bezetten Praag op 15 maart 1939. Uit Heeresgruppe 4 ontstond op 26 augustus het 10. Armee.

De Tweede Wereldoorlog

De opperbevelhebber van het 10. Armee, waarvan Paulus nu chef van de generale staf was, was General der Artillerie Walther von Reichenau. Von Reichenau was een agressieve, hyperactieve vuurvreter, maar een zeer bekwame bevelhebber. Hij was het liefst bij zijn troepen in het veld. Paulus daarentegen zat liever achter een bureau en hield alle administratieve zaken in orde. Paulus en Reichenau vertoonden weinig overeenkomsten, maar vulden elkaar goed aan en vormden een perfecte combinatie waardoor het leger perfect werkte.

Zonder veel moeilijkheden rukte het 10. Armee op door Polen. Het werd kort na de campagne, op 10 oktober 1939, opnieuw ingedeeld als het 6. Armee. Kort daarna werd het leger naar het westen vervoerd. Op 10 mei 1940 begon het offensief daar en nam het 6. Armee deel aan de veldtocht tegen België en Frankrijk. Paulus was aanwezig bij de ondertekening van de overgavepapieren van het Belgische Leger door Koning Leopold III op 28 mei 1940. Het leger bleef daarna in Frankrijk omdat het deel uit zou maken van het invasieleger dat Groot-Brittannië zou binnenvallen in operatie Seelöwe. Vanwege een groot tekort aan landingsvaartuigen en doordat de RAF niet verslagen was werd de operatie afgelast. Op 1 augustus 1940 werd Paulus tot Generalleutnant bevorderd.

Generalfeldmarschall Walther von Reichenau

Paulus kreeg op 3 september 1940 een nieuwe taak: hij werd Oberquartiermeister I (O.Qu.I) in het Oberkommando des Heeres (OKH), de Generale Staf van de landmacht. Het hoofdkwartier van het OKH lag bij Fontainebleau, maar kort nadat Paulus bij het OKH kwam werd het hoofdkwartier verplaatst naar Zossen, nabij Berlijn. Al snel kreeg het OKH opdracht een plan te ontwerpen voor de invasie van de Sovjet-Unie. Paulus was één van de eerste officieren die betrokken raakte bij dit project. Hij maakte met zijn kwaliteiten indruk op Franz Halder, de Chef van de Generale Staf van het OKH. Het feit dat de Sovjet-Unie en Duitsland een Non-Agressiepact hadden getekend, lijkt geen obstakel te zijn geweest voor Paulus.
Paulus' vrouw, die afkerig was van de nazi's, had ook doorgekregen waaraan Paulus aan het werken was. Ze liet merken dat ze het immoreel vond de Sovjet-Unie binnen te vallen. Paulus liet haar weten dat hij er niets aan kon veranderen en dat hij gewoon als een militair zijn bevelen opvolgde. Paulus had een overdreven respect voor hiërarchische bevelstructuren. Als stafofficier werkte hij secuur en geconcentreerd, het liefst laat op de avond, gebogen over de kaarten, met koffie en sigaretten binnen handbereik. Als hobby tekende hij kaarten van Napoleons veldtocht in Rusland. Collega-officieren van zijn zoon in de 3. Panzerdivision noemden hem 'meer een wetenschapper dan een generaal, vergeleken met Rommel en Model'. Paulus' goede manieren maakten hem populair bij zijn meerderen.

De gehele winter gingen Paulus en zijn staf door met het plan voor operatie Barbarossa, de invasie van de Sovjet-Unie. Eind april 1941, toen de plannen grotendeels voltooid waren vertrok Paulus naar Noord-Afrika voor een inspectiereis, waar hij twee weken verbleef. Hij observeerde een aanval op Tobroek, bestudeerde Erwin Rommels manier van bevelvoeren en overlegde met hem over zijn plannen. Hij schreef een zeer kritisch rapport over de strategie van Rommel, maar Hitler ondernam daarop geen actie.

Op 22 juni 1941 begon operatie Barbarossa. Paulus kreeg het nu wat rustiger omdat het OKH geen andere grote operaties elders had gepland. Paulus' oude 6. Armee maakte deel uit van Heeresgruppe Süd en Paulus volgde de vorderingen van dit leger met grote interesse. Paulus en Von Reichenau schreven ook brieven aan elkaar. In augustus 1941 maakte Paulus namens het OKH een reis langs diverse hoofdkwartieren aan het Oostfront.

Paulus neemt het 6. Armee over

Eind november 1941 was de voorhoede van Heeresgruppe Süd opgerukt tot aan Rostov aan de Don. De stad werd veroverd, maar vanwege een te zwakke flank verzocht Von Rundstedt, de opperbevelhebber van Heeresgruppe Süd, terug te trekken tot achter de rivier de Mjoes. Hitler wilde echter niet geloven dat het Von Rundstedt ontbrak aan slagkracht en gaf geen toestemming. Op 30 november gaf Von Rundstedt te kennen dat hij van zijn commando ontheven wilde worden als zijn optreden niet langer het vertrouwen van Hitler genoot. De volgende dag ontsloeg Hitler hem en beval Hitler von Reichenau het commando over Heeresgruppe Süd over te nemen, hoewel de terugtrekking toch plaatsvond. In eerste instantie wilde Hitler dat Von Reichenau ook het bevel over het 6. Armee bleef behouden, maar Von Reichenau zei dat hij geen twee hoofdkwartieren tegelijk kon bemannen. Hij stelde voor dat Friedrich Paulus het leger over zou nemen. Hitler was niet enthousiast maar stemde toe. Op 1 januari 1942 werd Paulus daarom bevorderd tot General der Panzertruppen en diezelfde dag nam hij officieel het bevel over 6. Armee over, dat zich op dat moment bij Charkov in de Oekraïne bevond. Het was opmerkelijk dat Paulus het bevel kreeg over het zeer grote 6. Armee in plaats van een van de ervaren korpscommandanten, aangezien Paulus nog nooit een eenheid groter dan een bataljon had aangevoerd.
Op 12 januari 1942 kreeg Von Reichenau een hartaanval en stierf hij tijdens een noodlanding van het vliegtuig dat hem naar het ziekenhuis zou brengen. Fedor von Bock volgde hem op als opperbevelhebber van Heeresgruppe Süd.

Hoewel Paulus door zijn afstandelijke houding koel leek, was hij gevoeliger voor het welzijn van zijn soldaten dan menig andere generaal. Hij zou Von Reichenau's bevel van 10 oktober 1941 hebben geannuleerd, waarin de 'strenge' behandeling van joden en partizanen werd aangemoedigd. Toch gingen de brandstichtingen en excuties gewoon door: op 29 januari 1942 bijvoorbeeld werd Komsomolsk, eem dorp bij Charkov met 150 huizen, platgebrand.

Paulus had zijn hoofdkwartier verplaatst naar Charkov. De temperatuur was gezakt tot 30 graden onder nul. Het 6. Armee hield stand, maar Paulus was er niet gerust op. Von Bock maakte er geen geheim van dat Paulus, in Von Bocks ogen, te behoedzaam was geweest bij zijn tegenaanvallen. Met steun van zijn beschermheer, Generaloberst Franz Halder, behield Paulus het bevel, maar zijn Chef van de Generale Staf, Oberst Ferdinand Heim, moest het veld ruimen. Hij werd vervangen door de fanatieke nationaal-socialist Oberst Arthur Schmidt. Vanuit het front ten noordoosten van Charkov en een saillant ten zuiden van Charkov begonnen de Sovjets op 12 mei een offensief met als doel de omsingeling van Charkov. In eerste instantie waren de Duitsers verrast door het Sovjetoffensief, maar zij reageerden snel. Na een reeks fouten van de Sovjets slaagden de Duitsers erin de Sovjets in de saillant te omsingelen.

De Slag om Stalingrad
Duitse soldaten naderen Stalingrad

Op 28 juni 1942 werd een nieuw offensief gelanceerd, Fall Blau. Het doel was de Volga, die bij Stalingrad overgestoken moest worden. Hierna zouden de troepen hun orders voor de Kaukasuscampagne ontvangen. Voor het 6. Armee begon Fall Blau op 30 juni. Zij rukte op naar de Don en trok vervolgend zuidoostwaarts langs de rivier. Voor Hitler verliep de operatie niet snel genoeg, en hij besloot om Heeresgruppe Süd in tweeën te splitsen. Paulus' 6. Armee, nu onderdeel van de nieuwgevormde Heeresgruppe B, kreeg door de splitsing nu te kampen met ernstige brandstoftekorten. Ook ontstonden er problemen aan de linkerflank, welke met iedere kilometer dat het 6. Armee oprukte dunner bezet werd. Door de stress en de hitte kreeg Paulus dysenterie. Ook kreeg hij een zenuwtrekking aan zijn rechterwang, welke gedurende de slag en de stressvolle jaren na de oorlog steeds erger zou worden. Het leger rukte toch langzaam maar zeker verder op en op 19 augustus gaf Paulus zijn leger het bevel Stalingrad aan te vallen. Op 21 augustus staken de eerste eenheden van het 6. Armee de Don over. In de morgen van 23 augustus begon het XIV. Panzerkorps aan de opmars over de steppe tussen de Don en de Volga. Aan het eind van de middag van 23 augustus werd de Volga bereikt bij Rynok, een noordelijke voorstad van Stalingrad. Het grootste deel van leger was echter nog onderweg. De Sovjets sloegen terug en het XIV. Panzerkorps werd afgesloten van de rest van het 6. Armee. De commandant van het korps, Von Wietersheim, was van mening dat zijn korps in gevaar was en wilde uitbreken. Hij werd door Paulus vervangen en al snel kwamen er versterkingen. Op 26 augustus werd Paulus onderscheiden met het Ritterkreuz.

Hitler had ondertussen het 4. Panzerarmee opdracht gegeven ook op te rukken naar Stalingrad. Eind augustus ontstond de gelegenheid de twee legers elkaar te laten ontmoeten ten westen van Stalingrad en zo te voorkomen dat de Sovjettroepen die nog op de steppe waren Stalingrad konden bereiken. Paulus tweifelde echter teveel en de verbinding kwam pas op 3 september tot stand, waardoor vele Sovjettroepen konden ontsnappen.

Op 12 september 1942 vloog Paulus naar de opperbevelhebber van Heeresgruppe B, Von Weichs. Ze gingen samen naar Hitler en wezen op de lange, open noordelijke flank en het tekort aan reserves en versterkingen. Hun betoog had echter geen succes. Terug in Stalingrad merkte Paulus dat het veroveren van de stad lang zou gaan duren. De winter kwam er ook aan en hij vroeg toestemming om het XIV. Panzerkorps terug te trekken om een reserve te vormen. Dit verzoek werd ook afgewezen en Paulus ging er niet verder op in. Wederom was Paulus de gehoorzame militair en niemand anders kon Hitler overhalen om het offensief te staken. Dit was een van de belangrijkste redenen dat Hitler Paulus wel mocht: Paulus voerde Hitlers bevelen bijna altijd correct uit, en nog belangrijker, Paulus was net als Hitler een 'genie' van eenvoudige afkomst.

Befehl ist Befehl

Op 13 september begon een nieuw groot offensief. Paulus wilde de stad in tweeën delen door via het centrum van de stad naar de Volga op te rukken. Paulus' 6. Armee leed verschrikkelijke verliezen maar eind oktober was 90% van de stad in handen van de Duitsers. Ook kwam General der Infanterie Schmundt, de adjudant van Hitler langs. Hij zei dat als het Paulus lukte Stalingrad in te nemen hij General der Artillerie Alfred Jodl mocht vervangen als Chef van de Generale Staf van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW). General der Artillerie Walther von Seydlitz-Kurzbach, één van de korpscommandanten, zou Paulus dan opvolgen. Paulus deed zijn uiterste best; hij stuurde bijna alle beschikbare troepen naar Stalingrad, ten koste van de troepen die de uitgestrekte flanken verdedigden.

Generalmajor Arthur Schmidt

Op 19 november begon een groot vijandelijke offensief, operatie Uranus. Sovjettroepen braken door de noordelijke en zuidelijke flanken en de troepen in Stalingrad dreigden te worden omsingeld. Paulus had zijn hoofdkwartier in Goloebinskaja, tussen de twee Sovjetspeerpunten in. Hij besloot dan ook op de 21e haastig zijn hoofdkwartier naar Nizjne-Tsjirskaja, ver ten zuidwesten van het front te verplaatsen. Na een wilde nachtelijke rit kwam Paulus in de morgen van de 22e in Nizjne-Tsjirskaja aan, waar uitstekende communicatiefaciliteiten waren. Hitler vond echter dat Paulus zijn troepen in de steek had gelaten en gaf hem onmiddellijk bevel zijn hoofdkwartier naar Goemrak, ten oosten van Stalingrad te verplaatsen. In ieder geval miste het 6. Armee in deze kritieke dagen alle leiding, en op de 23e was het leger omsingeld. Hermann Göring, de opperbevelhebber van de Luftwaffe, beweerde echter dat zijn Luftwaffe het 6. Armee wel uit de lucht kon bevoorraden. Er waren echter ruim 250.000 troepen aanwezig in het omsingelde gebied. Walther von Seydlitz-Kurzbach waarschuwde Paulus en zei dat hij moest uitbreken. Naast hem waren er diverse andere officieren die inzagen dat het onmogelijk was het leger uit de lucht te bevoorraden: er waren teveel troepen, de afstanden waren te groot, er waren te weinig vliegtuigen en het weer was te slecht. Paulus weigerde naar hen te luisteren en gehoorzaamde Hitlers orders: deze had hem nadrukkelijk verboden uit te breken en zei hem dat hij van Stalingrad een egelstelling moest maken. Er zou ook een leger komen om het 6. Armee te ontzetten. Paulus gehoorzaamde; op 30 november werd hij tot Generaloberst bevorderd.

De situatie in Stalingrad ging steeds verder achteruit. De Luftwaffe leverde vanzelfsprekend veel te weinig voorraden. Generalfeldmarschall Erich von Manstein kreeg ondertussen het bevel over de nieuw gevormde Heeresgruppe Don die het 6. Armee moest gaan bevrijden. Von Manstein drong er bij Paulus op aan om zelf ook uit te breken om zo aan te sluiten bij het bevrijdingsleger. Het was Paulus' laatste kans. Net als alle andere keren was Paulus de gehoorzame officier en hij weigerde uit te breken. Het was met name Arthur Schmidt, de chef van de generale staf van het 6. Armee, die ervan overtuigd was dat uitbreken geen optie was. Op de open steppe zou het leger weerloos zijn, de troepen waren te zwak en er was niet genoeg brandstof. Paulus ging niet met hem in discussie; hij nam zijn mening over en wachtte op het ontzettingsleger. Von Mansteins zag de dreigende ramp aankomen en deed als laatste poging een beroep op Hitler om hem ervan te overtuigen dat het 6. Armee moest uitbreken. Het enige wat Hitler deed, was de bezwaren van Paulus herhalen. "Paulus heeft op zijn hoogst voor 25 tot 30 kilometer brandstof. Hij zegt zelf dat hij op dit moment niet kan uitbreken." Zo werd het lot van het 6. Armee bezegeld. Paulus zei dat hij een gebrek aan brandstof had en dat de Führer een uitbraak verboden had. De Führer weigerde het bevel te wijzigen omdat Paulus gebrek aan brandstof aanvoerde. De blinde leidde de blinde de afgrond in. Von Mansteins offensief kwam al snel tot stilstand en met Kerst was alle hoop verloren.

Diverse generaals probeerden Paulus nu te overtuigen dat verder verzet zinloos was. Paulus bleef echter bij zijn "Befehl ist Befehl", en daarom richtten ze zich nu op Generalmajor Arthur Schmidt, de chef van de generale staf van het 6. Armee. Ze waren er ook steeds meer van overtuigd dat Schmidt aandrong op de krankzinnige voortzetting van de strijd. Schmidt had inderdaad de actieve leiding over het 6. Armee op zich genomen. Hij wilde doorvechten tot het bittere einde om zo, door dit offer, de Duitse legers nog jaren te kunnen inspireren. Paulus raakte ondertussen steeds meer verdoofd door de ellende die over heen kwam. Zijn gezicht was askleurig geworden en de zenuwtrekking aan de rechterkant van zijn gelaat strekte zich nu uit van zijn kaak tot aan zijn wenkbrauw. Vroeger had hij altijd zo'n rechte houding gehad; nu liep hij enigszins gebogen. Schmidt was daarentegen vol kracht; hij gaf defaitistische officieren donderende bevelen, schold mensen via de telefoon uit en dreigde met executies jegens ontevredenen. Terwijl Paulus ineenkromp onder de reusachtige omvang van de ramp, werd Schmidt sterk in de tegenspoed, en niemand hield hem tegen. In het openbaar toonde hij een hardnekkige wil om tot de laatste kogel weerstand te bieden, maar ondertussen bereidde hij zichzelf wel voor op krijgsgevangenschap.

Ondertussen had Paulus een brief gekregen van een generaal die zich al had overgegeven. Deze verzocht hem het 'nutteloze verzet' op te geven en 'met het hele leger te capituleren'. Hij beweerde dat hij en zijn mannen goed werden behandeld. Schmidt was er echter van overtuigd dat de brief nooit vrijwillig geschreven kon zijn. Paulus was erg in de war geraakt, en twijfelde of hij misschien ongelijk had gehad en dat de Sovjets de Duitsers misschien wel goed behandelden, in tegenstelling tot wat de Duitse propaganda altijd had beweerd. Schmidt was daarentegen woedend, zowel op de generaal als Paulus.

Generalfeldmarschall Paulus, kort na zijn krijgsgevangenname

Op 8 januari 1943 stuurden de Sovjets Paulus een ultimatum. Er stond in dat Paulus zich eervol mocht overgeven of dat zijn leger anders totaal vernietigd zou worden. Paulus had via de radio contacht met Hitler. Deze zei dat hij zich niet mocht overgeven en dus weigerde Paulus aan het ultimatum gehoor te geven. Op 15 januari werd de gehoorzame Paulus onderscheiden met het Eichenlaub bij zijn Ritterkreuz.

Het einde van de Slag om Stalingrad

Het door de Duitsers bezette gebied in en om de stad slonk met de dag. Op 26 januari verplaatste Paulus zijn hoofdkwartier van Goemrak naar de kelder van het plompe warenhuis 'Univermag' aan het Rode Plein in het centrum van Stalingrad. Op de 30e was het warenhuis omsingeld. Paulus ging echter gewoon slapen en liet zijn staf de rest doen. Adolf Hitler voerde ondertussen nog een laatste list uit. Hij bevorderde Paulus tot Generalfeldmarschall. Nog nooit eerder in de Duitse krijgsgeschiedenis had een Duitse veldmaarschalk zich overgegeven, dus Hitler verwachtte van Paulus dat hij zou vechten tot de dood of zelfmoord zou plegen. De anders zo gehoorzame Paulus gaf echter geen gehoor aan deze laatste wenk van zijn Führer. In de morgen van de 31e, kort na Paulus' bevordering, kwam een jonge Russische luitenant, Fedor Jeltsjenko, met twee soldaten de kelder binnen. Hier hadden zich vele Duitsers verzameld en Jeltsjenko had de grootste moeite om erachter te komen wie het bevel voerde. Samen met de generaals Roske en Schmidt, die gemachtigd waren over de capitulatie te onderhandelen, stapte Jeltsjenko het kamertje van Paulus binnen. Paulus, ongeschoren, lag stil op bed te roken. "Zo, nu is het afgelopen," zei Jeltsjenko als begroeting. Paulus, die er ellendig uitzag, keek hem aan en knikte troosteloos.

Korte tijd later verlieten Paulus en Schmidt de stinkende kelder van het warenhuis en liepen ze naar een Russische stafauto. Deze bracht hen naar een houten boerderij in de zuidelijke voorstad Beketovka, waarin luitenant-generaal Sjoemilov, de commandant van het 64e Leger, zijn hoofdkwartier had gevestigd. Omgeven door fotografen begroette Sjoemilov zijn gasten en vroeg hij hen zich te identificeren. Sjoemilov deed net alsof hij Duits kon lezen en bromde instemmend. Hierna kregen de twee Duitsers eten aangeboden van een reusachtig buffet, maar Paulus wilde eerst een garantie dat zijn mannen behoorlijke rantsoenen en medische verzorging zouden krijgen. Sjoemilov stelde ze gerust en Schmidt en Paulus, nog met het uniform van een Generaloberst, aten van het feestmaal. Paulus werd ook gevraagd de nog doorvechtende troepen in de Noordelijke Kessel te bevelen de wapens neer te leggen, maar Paulus beweerde dat hij deze troepen geen bevelen kon geven aangezien hij zich niet bij deze troepen bevond.

Op 20 februari 1943 werden Paulus en zijn staf naar Krijgsgevangenenkamp Nr. 27 in Krasnogorsk bij Moskou gebracht, waar ze zes weken verbleven voordat ze naar Kamp Nr. 160 in Soesdal werden overgeplaatst. Paulus, een keurige, typisch Pruissische officier als hij was, vroeg op 25 februari toestemming aan de Sovjets om contact op te nemen met de Duitse militaire ataché in Turkije, Generalleutnant Rohde. Hij vroeg Rohde om zes paar rangonderscheidingstekens van een Generalfeldmarschall om deze in de toekomst te dragen. In juli 1943 werd Paulus naar Kamp Voikovo overgeplaatst, waar diverse andere hoge officieren verbleven.

De BDO en het NKFD
De generaals van de BDO, linksvoor Paulus, rechtsvoor Von Seydlitz-Kurzbach

Er werden in Stalingrad ongeveer 130.000 As-soldaten gevangen genomen. Ongeveer 500.000 As-soldaten stierven in Stalingrad. In krijgsgevangenschap keerden diverse officieren zich tegen het nazi-regime, waaronder General der Artillerie Walther von Seydlitz-Kurzbach. Deze had de Bund Deutscher Offiziere (BDO) opgericht, een groep van bijna 100 krijgsgevangen officieren, welke samenwerkte met het Sovjetregime en de Wehrmacht probeerde te destabiliseren. De BDO probeerde ook een einde aan de oorlog te maken zonder dat Duitsland bezet zou worden, Duitse soldaten te stimuleren zich over te geven en het officierenkorps aan te moedigen Hitler af te zetten. Eerder was al het Nationalkomitee Freies Deutschland (NKFD) opgericht door krijgsgevangen soldaten en officieren en al spoedig werd de BDO bij het NKFD gevoegd.

Verscheidene officieren steunden von Seydlitz-Kurzbach, maar de meesten weigerden samen te werken met de Sovjets. Paulus werd al snel gevraagd of hij zich ook niet tegen Hitler wilde keren en Duitsers wilde overhalen zich over te geven. Geruime tijd weigerde Paulus, totdat de Sovjets hem vertelden over de mislukte aanslag van 20 juli 1944. Met afschuw vervuld door de executies van een aantal van zijn vrienden (Paulus was een goede vriend van Von Stauffenberg) gaf hij uiteindelijk toe. Hij maakte anti-nazi radio-uitzendingen en riep Duitse soldaten op om te deserteren. Op 8 augustus had Paulus een verklaring aan het Duitse volk ondertekend. Het daarop volgende appel aan Heeresgruppe Nord om te capituleren, was geschreven door de NKVD, en op 21 augustus ondertekend door Paulus en 29 krijgsgevangen generaals. Hitler reageerde hierop door te bevelen dat de hele familie van Paulus gevangen genomen moest worden. Die herfst kreeg Paulus' vrouw Elena, die de nazi's nooit vertrouwd had, van Gestapo-officieren te horen dat ze gespaard werd als ze haar mans naam zou afzweren. Ze schijnt hen vol minachting de rug toe te hebben gekeerd. Ze werd door de Gestapo gearresteerd en in een kamp opgesloten, evenals haar zoon Ernst-Alexander, die Hauptmann in het Duitse leger was geweest en bij Charkov gewond was geraakt. Uiteindelijk werden ze door Amerikaanse soldaten bevrijd uit een huis van bewaring in de Alpen.

Na de oorlog, op 9 januari 1946, gaf Paulus de Sovjetautoriteiten een verklaring. Paulus - door de Sovjetpers aangeduid als 'het Spook van Stalingrad' - getuigde op 11 en 12 februari bij de Processen van Neurenberg tegen de nazi-leiders.

Paulus zag zijn vrouw nooit meer terug, ze stierf in november 1949 in Baden-Baden in West-Duitsland, na haar man sinds 1942 niet meer te hebben gezien. Men kan slechts gissen naar haar gevoelens omtrend de ramp die de Slag om Stalingrad betekende voor haar geboorteland Roemenië en voor haar eigen gezin. Paulus werd het nieuws van haar dood vier weken lang onthouden, in de vrees dat hij niet in de DDR maar in de BRD zou gaan wonen, waar zijn vrouw begraven was en ook zijn zoon en dochter woonden.

Paulus keert terug naar Duitsland

Tot 1952 woonde Paulus in een villa in Moskou, waar hij een soort huisarrest had. Hij speelde veel kaart en schreef zijn versie van de gebeurtenissen op. Hij verouderde snel en zijn zenuwtrekking was erger dan ooit. Op 26 oktober 1953 werd Paulus toch vrijgelaten, maar hij moest wel in Dresden in Oost-Duitsland gaan wonen. Enkele dagen voordat hij op de trein naar Frankfurt aan de Oder stapte, schreef hij nog een brief aan de Sovjetautoriteiten, waarin hij zijn toewijding en dankbaarheid jegens de Sovjet-Unie beschreef. Met name in West-Duitsland werd er daarom ook zeer negatief tegen hem aangekeken; hij werd gezien als een verrader en overloper en het is mogelijk geweest dat hij daar voor een rechtbank zou zijn gedaagd. Hij kreeg een villa in Dresden en een West-Duitse auto. Hij ging werken als inspecteur bij de Volkspolizei. Toch werd Paulus goed in de gaten gehouden: zijn telefoon werd afgetapt, zijn woning geobserveerd en zijn post nagekeken.

Paulus' laatste jaren waren zeer bitter. Maar weinig voormalige Duitse officieren wilden nog contact met hem hebben, en hij ging dus veel met Sovjetofficieren om. In 1955 organiseerde hij een grote reünie voor voormalige Duitse officieren en zette hij zich in voor de Duitse krijgsgevangenen die zich nog in de Sovjet-Unie bevonden. Ook werd Paulus door een aantal kritici beschimpt wegens zijn onderdanigheid aan Hitler en besluiteloosheid en hij schreef uitvoerige weerleggingen op deze beschuldigen om zijn situatie uit te leggen. Zijn zoon Ernst-Alexander bezocht hem een paar keer. Zijn andere zoon, Friedrich, ook voormalig Hauptmann in het Duitse leger, was in februari 1944 bij Anzio in Italië gesneuveld. Paulus geloofde dat het Communisme de beste hoop was voor het naoorlogse Europa, en Ernst-Alexander merkte bedroefd op dat zijn vader 'naar de andere kant was overgegaan.' Vanwege zijn verslechterende gezondheid trok Paulus zich in 1955 uit het openbaar terug. Friedrich Paulus stierf op de late namiddag van 1 februari 1957 op 67-jarige leeftijd na een slepende hersenaandoening in zijn villa in Dresden. Zijn urn werd op 8 maart met militaire eer bijgezet naast die van zijn vrouw in het familiegraf op het Stadtfriedhof in Baden-Baden in West-Duitsland. In 1960 werd een manuscript van hem gepubliceerd, getiteld 'Paulus: Ich stehe hier auf Befehl!'. Paulus' zoon Ernst-Alexander pleegde in 1970 zelfmoord. Hij was 52, net zo oud als zijn vader toen deze zich met zijn 6. Armee in Stalingrad overgaf.

Home