Pavlovs Huis

Pavlovs Huis

Pavlovs Huis

Inleiding

Een ander zeer bekend verhaal uit de Slag om Stalingrad gaat over Pavlovs Huis (in het Russisch Dom Pavlova). Vier personen, senior sergeant Jakov Fedotovitsj Pavlov en drie personen onder zijn bevel, waren soldaten in een peloton van het 42e Garde-Jagerregiment van de 13e Garde-Jagerdivisie. Met zijn vieren kregen zij opdracht een groot, vier verdiepingen hoog gebouw te zuiveren van Duitsers en dit bezet te houden. Zij hielden stand, en na een paar dagen kwamen er versterkingen. Toevallig waren de soldaten afkomstig uit alle windstreken van de Sovjet-Unie. Dit huis kwam bekend te staan als 'Pavlovs Huis'. Tegen een sterke overmacht hield de groep stand van 27 september tot en met 25 november, in totaal 59 dagen. Het verhaal van Pavlovs Huis is een voorbeeld van de standvastigheid die de Sovjets lieten zien in Stalingrad en van de slachtingen die aangericht werden bij het veroveren en bezet houden van de gebouwen in Stalingrad. Na de oorlog schreef Vasily I. Tsjoeikov, de commandant van het 62e Leger, dat de Duitsers bij de gevechten om Pavlovs Huis meer soldaten verloren hadden dan bij de verovering van Parijs. Hoewel dit aantal ongetwijfeld enigszins overdreven is, laat het wel zien wat deze losse 'vestingen' konden aanrichten.

Jakov F. Pavlov
Jakov Fedotovitsj Pavlov

Jakov Fedotovitsj Pavlov werd geboren op 4 oktober 1917 in het dorp Krestovoi in de buurt van Leningrad. Na zijn school te hebben afgerond ging hij op een collectieve boerderij werken. Pavlov was een gedrongen, breedgeschouderde man met doordringende grijze ogen. Hij droomde ervan, als hij voor de dienstplicht werd opgeroepen, dienst te mogen nemen bij de luchtmacht en piloot te mogen worden. Toen het zover was in 1938, werd hem echter niet naar zijn voorkeur gevraagd. Hij werd ingedeeld bij de kwartiermakers.
Toen de Duitsers de Sovjet-Unie binnenvielen, was Pavlovs eenheid in Polen. Door eenheden van Heeresgruppe Nord werd Pavlovs eenheid al snel teruggedrongen, en later door eenheden van Heeresgruppe Mitte. Zodoende had Pavlov alleen maar ervaring in het vechtend terugtrekken.
In de vroege ochtend van 15 september sprong senior sergeant Pavlov op tien kilometer van de oostelijke oever van de Volga uit een vrachtauto. Hij en zijn makkers waren naar Stalingrad gebracht als versterkingen voor de 13e Garde-Jagerdivisie van generaal-majoor Aleksandr I. Rodimtsev. De hele dag rustten ze nog uit, voordat een jonge luitenant ze om half vier ophaalde en naar de oever bracht. Met een stoombootje voer de groep naar de overkant, waar Pavlov en zes kameraden naar het hoofkwartier van het 42e Garde-Jagerregiment werd gebracht. Daar werd hij ingedeeld in de 7e compagnie onder senior luitenant I.I. Naumov. Senior sergeant Pavlov was betrokken bij meerdere acties. Hij ruimde onder andere een sluipschuttersnest op en zuiverde gebouwen. Sedert zijn aankomst in Stalingrad had Pavlov zich ontwikkeld tot een leider met buitengewone kwaliteiten. Het was dan ook geen wonder dat hij dikwijls werd aangewezen als aanvoerder van een groep en zijn makkers ontzag voor hem hadden.

De verovering

In de avond van 27 september liet de commandant van het 3e jagerbataljon, kapitein A.Je. Zjoekov, senior sergeant Pavlov bij zich komen in de fabriek waar hij zijn hoofdkwartier had gevestigd. Aan de muur hing een plattegrond met zijn sector. Haaks op de Volga liep de lange Soletsjnaja-Straat, en aan een kruising aan deze straat stond een groot, vier verdiepingen hoog gebouw, dat ongeveer 200 meter van de fabriek verwijderd was. Tegenover het gebouw, aan de andere kant van de Soletsjnaja-Straat, lag het Plein van de 9e januari. Kolonel Jelin, de commandant van het 42e Garde-Jagerregiment, wilde dat dit gebouw veroverd werd, samen met een ander huis in de buurt, om zo een paar goede weerstandsnesten in zijn sector te hebben. Sedert enkele dagen was het gebouw in Duitse handen, maar er was nauwelijks activiteit geweest. Maar Zjoekov hoefde zijn bedoelingen niet uiteen te zetten; Pavlov wist al precies wat er van hem verlangd werd.
Pavlov ging terug naar zijn peloton en koos drie mannen uit om met hem mee te gaan: junior sergeant Gloesjtsjenko, een Oekraïnse veteraan met goede kwaliteiten, Aleksandrov, een kleine, gedrongen figuur die al herhaaldelijk bij zulke ondernemingen mee geweest was, en Tsjernogolov, eveneens iemand met veel ervaring op dit gebied. De wapens werden schoongemaakt, de munitie werd aangevuld en die avond vertrokken ze, bij volle maan.
Langzaam werkten de vier mannen zich vooruit, totdat zij zonder enig verzet een van de toegangen tot het huis hadden bereikt. Gloesjtsjenko en Aleksandrov bleven daar achter, terwijl Pavlov en Tsjernogolov de begane grond doorzochten. Zonder bijzonderheden tegen te zijn gekomen gingen zij naar de kelder, waar ze een grote groep Russische mannen, vrouwen en kinderen aantroffen. Ze hadden geprobeerd de rivier te bereiken, maar waren hier naar binnen gevlucht omdat de veerboten onder vuur waren genomen. Ze vertelden ook dat dit deel van het huis onbezet was, en dat de Duitsers in het andere deel gehuisvest waren. Een van de vrouwen, Maria Oeljanova, zou later actief mee helpen bij de verdediging van het huis.
Over de binnenplaats gingen de vier mannen naar het andere deel van het gebouw. In een van de kamers daar hoorden ze Duitse stemmen. Pavlov opende snel de deur, gooide een handgranaat naar binnen en hield de deur weer dicht. Na de ontploffing deed hij de deur weer open, vuurde een salvo met zijn machinepistool af en aanschouwde de dode lichamen van drie Duitsers. Buiten hoorden de vier mannen soldaten schreeuwen; ze snelden naar het raam en zagen een groepje Duitsers naar de overkant van het plein rennen. Bij het raam stond een mitrailleur die het plein kon bestrijken. Pavlov vuurde met het wapen een salvo op de vluchtende Duitsers, en wist zo nog een paar Duitsers te doden.
Na alle vertrekken in het gebouw te hebben doorzocht, bleek dat alle Duitsers overhaast waren vertrokken. Waarschijnlijk dachten zij dat het groepje Sovjets met meer was. De vier mannen gingen hierna terug naar de kelder. Daar bevonden zich ook enkele gewonden burgers en soldaten onder de hoede van een hospitaalsoldaat, genaamd Kalinin. Pavlovs mannen barricadeerden nu alle ramen en ingangen op de begane grond, tot slechts een paar spleten vrijbleven die als schietgaten konden dienen. Pavlov wendde zich daarna tot Kalinin. Hij vroeg hem een boodschap aan de bataljonscommandant te bezorgen, met de melding dat het huis was ingenomen. Zelf kon hij namelijk geen mannen missen. Op een stukje papier schreef Pavlov:

Bataljonscommandant Zjoekov. Huis veroverd. Wacht op verdere orders. 27-9-42.

Sergeant J. Pavlov


Luitenant Ivan Filippovitsj Afanasjev

Toen hoorde Pavlov Gloesjtsjenko roepen. Ongeveer vijftien Duitsers kropen over het plein naar hen toe. Toen de Duitsers opstonden om het laatste stukje naar het huis te rennen, schreeuwde Pavlov "Vuur!", en vier machinepistolen besproeiden de Duitsers. Een aantal viel neer en de overgeblevenen besloten terug te kruipen naar hun uitgangspunt. Een kwartier later openden de Duitsers een tweede aanval, welke ook werd afgeslagen. Zo ging het uren daardoor, waarbij vele Duitse slachtoffers vielen. Na de aanvallen kwam Kalinin terug; het was hem niet gelukt weg te komen. De volgende dag waren Pavlovs mannen bezig met het verbeteren van hun stellingen. Tussen de verschillende vertrekken werden ook muren weggebroken, zodat er meer bewegingsvrijheid ontstond en men niet buitenom hoefde te lopen om van het ene deel van het huis naar het andere te gaan. De vier Sovjets hadden nog geen voorraden gekregen, maar aten van het voedsel dat de Duitsers hadden achtergelaten. Die avond stuurde Pavlov Kalinin er weer op uit om contact te leggen met het bataljonshoofdkwartier.

De versterkingen komen

Kolonel Jelin, de regimentscommandant, was kapitein Zjoekov in zijn hoofdkwartier komen bezoeken en de kapitein was niet bepaald blij met dit bezoek. Omdat Pavlov en zijn mannen niet van hun missie waren teruggekomen, was Zjoekov ervan overtuigd dat hun onderneming mislukt was. Het schieten dat hij uit de richting van het huis had gehoord, had hij voor Duits geweervuur gehouden.
Uiteraard ging de eerste vraag van kolonel Jelin over de operatie.
"Maar hoeveel man heb je er dan op uit gestuurd?" vroeg hij, toen Zjoekov uitgesproken was.
"Vier, kameraad kolonel."
De kolonel maakte enige keelgeluiden die aan zijn boosheid uitdrukking gaven.
"Niet meer dan vier? Dat is waanzin! Je vraagt om doden en gewonden als je zo weinig mensen wegstuurt op een missie van dit gehalte," verweet hij de kapitein. "Wat denk je nu te gaan doen?"
Nog voordat hij hierop kon antwoorden, stormde Kalinin, ademloos, geheel onder het stof en vuil en met van opwinding schitterende ogen, de ruimte binnen. Toen hij de kolonel zag, nam hij voor hem de houding aan en salueerde hij model.
"Ik heb een bericht voor kapitein Zjoekov, kameraad kolonel," schreeuwde hij bijna. "Ik kom net van Pavlovs Huis."
De kolonel en de kapitein raakten bijna in dezelfde staat van opwinding als Kalinin terwijl zij luisterden naar zijn verhaal.
"Wij moeten versterkingen sturen," zei de kolonel, "tenminste een peloton. Wie kunnen erheen?"
Pavlov was ondertussen bezorgd geworden over Kalinin, aangezien er al drie uur waren verstreken sinds zijn vertrek. Toen zag Tsjernogolov, die de uitkijkbeurt had, een aantal donkere figuren het huis naderen. Pavlov riep zijn mannen naar zijn posten en riep: "Wie is daar?"
"Goed volk!" luidde het antwoord en aan de stem herkende Pavlov zijn medestrijder luitenant Ivan F. Afanasjev, die de leiding had over een mitrailleurgroep. Ze waren nu met zijn vijftienen. Nu ze groep groter geworden was, werd er veel tijd besteed aan het verbeteren van de posities. De diverse wapens werden in stelling gebracht, maar ook deden zij wat ze konden om het zich wat gezelliger te maken, omdat zij zich voorgenomen hadden een tijdlang te blijven. In de kelder kwam Pavlovs hoofdkwartier en een gemeenschappelijk woonverblijf voor de anderen. Er werd een fauteuil neergezet die iemand ergens had gevonden, die weldra bekend zou worden als 'Pavlovs troon'. Er was ook een grammofoon, waarbij, jammer genoeg, maar één plaat te vinden was. Deze had dan ook al spoedig zoveel overuren gemaakt dat de groeven volkomen uitgesleten waren en men nauwelijks nog iets kon onderscheiden dat op muziek leek. Verder werd tegen een van de wanden van het vertrek alle munitievoorraden bijeengezet en aan de wand ertegenover het verdere gereedschap, zoals houwelen en schoppen.
Al gauw bleek de behoefte aan een loopgraaf voor de verbinding met het bataljonshoofdkwartier om een beetje veiligheid te verschaffen aan de mannen die warme maaltijden uit de veldkeuken kwamen brengen en om voorraden aan te voeren. Dit werk was echter niet zonder gevaren: de loopgraaf was meer dan 100 meter lang en de Duitsers wisten precies hoe zij liep. Overdag lag de loopgraaf onder bijna onafgebroken mortiervuur, maar ook 's nachts belandden er wel eens lukraak afgevuurde granaten in de loopgraaf.
Vanuit hun stellingen aan de overkant van het plein bespiedden de Duitsers de bezigheden in het huis met een onophoudelijke waakzaamheid, al maakten zij de eerste twee dagen geen aanstalten om een nieuwe aanval te wagen. Ook werd een groot aantal mijnen gelegd, waardoor elke verassing bij een mogelijke vijandelijke aanval uitgesloten was. Dit gebeurde in één enkele nacht, en de Duitsers hadden het niet opgemerkt, totdat een verkenner te dicht bij het huis kwam en in de lucht vloog.
In een kleine tijd had het kleine garnizoen haar 'fort' naar behoren ingericht. Er werd ook een telefoonlijn aangelegd om de communicaties met het hoofdkwartier te onderhouden. "Ik voelde me net een divisiecommandant," zei Pavlov, terwijl hij zijn bescheiden glimlach toonde. "Ons codewoord was 'vuurtoren'. Iedere avond telefoneerden wij ons rapport naar het bataljonshoofdkwartier." Pavlov had zijn codenaam van generaal-majoor Rodimtsev gekregen en hij groeide in zijn nieuwe belangrijkheid.
Meerdere sluipschutters, waaronder de bekende Anatoly I. Tsjechov, bezochten het huis regelmatig om vanaf het dak de Duitsers te beschieten. Ook kwamen waarnemers het garnizoen versterken, want het bleek mogelijk, vanaf het dak de afstand en de richting van de Sovjetartillerie te corrigeren. De Duitsers slaagden er af en toe in met hun geschut de observatiepost te raken, waarbij regelmatig waarnemers sneuvelden. Het bataljonshoofdkwartier stuurde echter gewoon vervangers.
De burgers in de kelders waren voor Pavlov ondertussen een blok aan het been. De Duitse artillerie beschoot het huis dagelijks. Op de eerste beschietingsdag vuurde zij zelfs 100 granaten binnen enkele uren tijd in het huis. Pavlov gaf de burgers daarom opdracht gedurende de beschietingen te schuilen in de riolen.

Het fort houdt stand
Pavlovs Huis vandaag de dag

Zo stond Pavlovs huis daar dus als een grote zere kies, geplant in de Duitse kaak. Zolang die kies niet getrokken was, konden de Duitsers aan geen van beide zijden ervan oprukken. Pavlov was er daarom van overtuigd dat de Duitsers vroeg of laat een aanval op grote schaal op zouden uitvoeren. Dit bleek juist te zijn, want in de eerste week van oktober begonnen de Duitsers hun voorbereidingen te treffen.
In donkere nachten kropen Duitse verkenners tot zo dicht bij het huis, dat zij er aan stukken steen vastgebonden briefjes in konden gooien, beschreven met teksten als: "Kook maar geen erwten meer en kneed je deeg maar niet meer; op de 20e zullen julie naar een andere woning moeten vertrekken!"
Pavlovs belangstelling was hoofdzakelijk gericht op de datum. "Wij kunnen er zeker van zijn," zei hij, "dat ze eerder zullen komen dan 20 oktober. Maar wij zijn klaar, onverschillig op welke dag ze hun aanval beginnen."
Niemand was daarom verrast toen de Duitsers op 15 oktober om 9 uur een artilleriespervuur op Pavlovs Huis richtten, dat in hevigheid alles tot dusver overtrof. Zware tanks ondersteund door infanterie vielen het huis aan. Pavlov had echter anti-tankschutters naar de kelders gestuurd en mannen met automatische wapens naar de zolder. Een tank werd vernietigd en al snel trokken de Duitsers zich terug. Pavlov verwachtte een nieuwe aanval, maar deze bleef uit.
Het huis werd nu bewoond door ongeveer 60 mensen, soldaten en burgers samengeteld, maar exclusief sluipschutters, waarnemers en verkenners. Op 5 november besloot de bataljonscommandant, kapitein Zjoekov, dat de burgers moesten worden geëvacueerd, omdat de toestand met de dag gevaarlijker werd. Het speet de soldaten dat zij weg moesten, want zij hadden grote vriendschap met hen gesloten. Bij het invallen van de duisternis werden zij allen, vrouwen, kinderen en oude mannen, door de loopgraaf naar de Volga gebracht.
Ook op 7 november, de verjaardag van de Oktoberrevolutie, bleef het verwonderlijk rustig. Hierdoor konden de Sovjets in de kelder een eenvoudig herdenkingsfeest vieren. Er kwamen politieke officieren van het bataljonshoofdkwartier, er werden toespraken gehouden, er werden heildronken uitgebracht op de revolutie en de overwinning en de mannen kregen extra rantsoenen. Ook stuurde generaal-majoor Rodimtsev, de divisiecommandant, een boodschap naar het huis:

Ik begroet u op deze vijfentwintigste verjaardag van de grote socialistische revolutie. Ik wens u nieuwe successen toe bij uw strijd tegen de gehate vijand. Voor uw moed bij het volbrengen van uw plicht dank ik u. Bedenk steeds dat de ogen van ons moederland op ons gevestigd zijn. 7-11-42.

Rodimtsev


Het einde van de strijd

Zo verstreken de eerste weken van november zonder dat er iets gebeurde. Maar op 19 november, om vier uur in de ochtend, schudde Pavlovs huis plotseling op zijn grondvesten door een spervuur van buitengewone hevigheid. Iedereen sprong uit bed. "Het zijn onze kanonnen!" riep iemand.
Om tien minuten voor half vijf kwam senior luitenant Avagimov, de politiek officier bij de mitrailleursectie, ademloos door de loopgraaf toesnellen. "Kameraden," hijgde hij, "wij rukken op!"
In de avond werd bekend gemaakt dat de Sovjetstrijdkrachten 20 kilometer waren opgerukt. De strijd bleef nog drie dagen woeden en iedere dag waren de Sovjets weer verder gekomen.
De Duitsers in de naburige huizen hielden zich ondertussen stil. Op 24 november kreeg Pavlov opdracht het mijnenveld om zijn huis op te ruimen, omdat van de nabijheid van zijn huis uit een aanval op touw zou worden gezet. De sappeurs gingen aan het werk en volbrachten hun taak zonder dat er maar één schot op hen werd gelost.
Ongeveer 100 meter van Pavlovs huis vandaan stond lang gebouw waarin vroeger een zuivelfabriek gevestigd was geweest. Hier zaten nog Duitsers in en de mannen van Pavlovs Huis kregen opdracht de fabriek te veroveren. Het kostte de Sovjets vier dagen om de fabriek te veroveren. Vele verdedigers van Pavlovs Huis raakten hierbij gewond, waaronder Gloesjtsjenko en Pavlov zelf, welke aan hun been werden verwond. Toen Pavlov zich zo goed mogelijk verbonden had, slaagde hij erin naar zijn huis terug te strompelen, dat nu als eerste hulppost was ingericht. In de nacht werd Pavlov met de andere gewonden over de Volga gebracht en tenslotte werd hij opgenomen in een hospitaal. Daar genas zijn wond snel, zodat hij weldra weer aan het front kon worden ingezet.

Na de slag
Pavlov na de oorlog

Na hersteld te zijn van zijn verwondingen werd Pavlov bevorderd tot junior luitenant, luitenant en later senior luitenant. In 1944 werd hij lid van de Communistische Partij. Gedurende de oorlog bleef Pavlov actief aan het front. Via de Don, de Oekraïne en de Donets rukte hij met zijn eenheid op naar de Dnjepr, de Weichsel, de Oder, Stettin, de Spree en regelrecht tot in Berlijn zelf. Hij kreeg de bijnamen 'de huiseigenaar' en 'de generaal zonder leger'. Op 27 juni 1945 kreeg hij als senior luitenant de titel Held van de Sovjet-Unie voor zijn prestaties in Stalingrad. Verder werd Pavlov onderscheiden met de Orde van Lenin, de Orde van de Oktoberrevolutie, twee Ordes van de Rode Ster verscheidene medailles.
Na de oorlog werd Pavlov monnik en later de archimandriet Kyrill in het klooster van Sergiyevo, waar hij een grote menigte volgelingen aantrok, wat overigens niets te maken had met zijn roem uit de Slag om Stalingrad. Op 7 mei 1980 kreeg Jakov F. Pavlov de titel 'Ereburger van de Heldenstad Volgograd'. Jakov Fedotovitsj Pavlov overleed in 1981 en werd begraven in Novgorod. Daar werd een internaat naar hem vernoemd en in zijn geboorteplaats werd een monument opgericht.

De verdedigers van Pavlovs Huis

Naam

Rang

Nationaliteit

Jakov F. Pavlov

Senior sergeant

Russisch

Vasily S. Gloesjtsjenko

Junior sergeant

Oekraïns

A.P. Aleksandrov

Soldaat

Russisch

N.Ja. Tsjernogolov

 

Ivan F. Afanasjev

Luitenant

Russisch

A.N. Tsjernysjenko

Junior luitenant

Russisch

A.A. Sobgaida

Senior sergeant

Oekraïns

Ilja V. Voronov

Fats

I.Ja. Chait

Joods

P.I. Dovzjenko

Oekraïns

T.I. Gridin

Russisch

A.I. Ivasjtsjenko

Oekraïns

V.M. Kiselev

Russisch

N.G. Mosiasjvili

Georgisch

F.Z. Romazanov

Tartaars

V.K. Sarajev

Russisch

I.T. Svirin

Russisch

M. Bondarenko

Russisch

P. Demtsjenko

Oekraïns

T. Moerzajev

Kazachs

A. Toerdiyev

Oezbeeks

K. Toergoenov

Tadzjieks

Sjkoetarov

Tartaars

Soekba

Abchazisch

Stepanosjvili

Georgisch

V.D. Avagimov

G.I. Jakimenko

A.Je. Sjapovalov

A. Anikin

Jefremov

Boeken:

De Slag om Stalingrad, Ronald Seth, 1962
Opmars en Ondergang, William Craig, 1974, ISBN 9060574427

Home