Vasili Ivanovitsj Tsjoejkov, de verdediger van Stalingrad

Jonge jaren

Vasili Ivanovitsj Tsjoejkov werd geboren op 12 februari 1900 in Serebrjanyje Proedy (Zilveren Vijvers), een Russisch dorpje in de buurt van Toela in de huidige oblast Moskou. Tsjoejkov kwam uit een groot boerengezin: hij was de achtste van twaalf kinderen en de vijfde van acht zoons. Alle jongens zouden het leger in gaan; de oudsten van hen, waaronder Vasili, vochten in de Burgeroorlog. De jongste zoon, Fedor, diende tijdens de slag om Stalingrad in de staf van het 62e Leger. Vasili's vader, Ivan Ionovitsj, was een fysiek sterke man die graag bokste en worstelde. 's Winters organiseerde hij wedstrijden tussen de mannen uit de dorpjes uit de buurt: de rijen mannen stelden zich dan tegenover elkaar op aan de oever van een bevroren rivier en bevochten elkaar met blote vuisten. Vasili erfde zijn vaders kracht en uithoudingsvermogen.

Zijn moeder, Jelizaveta Fjodorovna, was ook een sterke persoonlijkheid - ze was een erg spiritueel persoon en een toegewijde Christene. Ze werkte in de kerk van Serebrjanyje Proedy. De legende doet de ronde dat toen het Sovjetregime in 1930 alle kerken liet sluiten, ze helemaal naar Moskou liep en van het staatshoofd, Kalinin, eiste dat de kerk open bleef. Opmerkelijk genoeg slaagde ze hierin.

Revolutie en burgeroorlog

Op zijn 12e ging Tsjoejkov van school af en vertrok hij naar Petrograd, waar hij werkte als metaalarbeider, piccolo en winkelbediende. In 1917 ging hij, werkeloos door de onrust van de revolutie, in dienst als scheepsjongen op een mijnenlegger in Kronsjtadt. Een oudere broer van Tsjoejkov, die diende als marinier in de marinebasis Kronsjtadt, wist kort hierna voor hem een positie bij de Rode Garde te regelen. Begin 1918 voegde Tsjoejkov zich bij de Bolsjewieken omdat hij geïnspireerd was door hun visie van een nieuw Rusland. Hij ging in dienst bij het Rode Leger en volgde een instructeurscursus. In Moskou was hij ook betrokken bij het onderdrukken van een opstand van linkse socialistische revolutionairen. In oktober 1918, tijdens de Burgeroorlog, werd Tsjoejkov assistent-commandant van de 1e Oekraïnse Brigade van het Zuidelijke Front. Hij vocht hier tegen troepen van het Witte Leger onder leiding van luitenant-generaal Denikin. Korte tijd later vocht Tsjoejkov bij Tsaritsyn, later hernoemd tot Stalingrad, waar hij 24 jaar later weer zou vechten als generaal. Begin 1919 promoveerde hij tot assistent-commandant van het 40e Jagerregiment, een onderdeel van Toechatsjevski's 5e Leger, en werd Tsjoejkov lid van de Communistische Partij. Later dat jaar nam Tsjoejkov het commando over het regiment over en werd het hernoemd tot 43e Jagerregiment. Het was betrokken bij de verovering van de Oeral en Siberië op de Witte legers van admiraal Koltsjak. Op 19-jarige leeftijd het bevel voeren over een regiment was uniek, maar Tsjoejkov voerde zijn taken zeer goed uit. De legercommandant, Toechatsjevski, rapporteerde op 19 juli 1919:

"... toen ging het 43e Regiment, het beste van de divisie, tot de aanval over. De commandant van het regiment, Tsjoejkov, neutraliseerde al snel het initiatief van de vijanden - hij reed om ze heen met zijn cavalerie en viel ze aan in de achterhoede, paniek veroorzakend. Voor deze prestatie werd het regiment onderscheiden met de Revolutionaire Banier."

Tsjoejkov in 1930

In 1920 was Tsjoejkovs regiment betrokken bij de campagne in Polen en werd Tsjoejkov onderscheiden met de Orde van de Rode Banier, een zeer hoge onderscheiding. In de Burgeroorlog raakte hij vier keer gewond. Eén wond, opgelopen in Polen in 1920, liet een stuk kogel achter in zijn linker bovenarm dat niet operatief kon worden verwijderd. Hij kon tijdelijk zijn linkerhand niet gebruiken vanwege plaatselijke verlamming, maar zijn fysieke kracht en wilskracht sloegen hem er doorheen en na een tijd kon hij zijn arm weer gebruiken.

Al in dit vroege stadium van zijn militaire carrière had Tsjoejkov leiderschapskwaliteiten ontwikkeld die ook weer zichtbaar zouden worden tijdens de slag om Stalingrad. Zo was Tsjoejkov altijd open tegen zijn soldaten, legde hij hen de situatie uit en waardeerde hij hun opinies. Ook liet hij zijn mannen trainen in bajonetaanvallen en nachtelijke gevechten, kwaliteiten die Tsjoejkovs leger ook in Stalingrad gebruikte tegen de Duitsers.

China, Wit-Rusland en Polen

In 1923 ging Tsjoejkov naar de beroemde Froenze-Militaire Academie. Hij werd op 7 januari 1925 onderscheiden met zijn tweede Orde van de Rode Banier en slaagde later dat jaar aan de Academie. Vanaf juli 1927 diende Tsjoejkov als militair adviseur in China en vanaf september 1929 aan de Russisch-Chinese grens als stafofficier in generaal Bljoechers Speciale Verre Oostelijke Leger. In 1935 ging hij naar de Stalin Militaire Academie voor Mechanisatie en Motorisatie in Moskou, een academie voor hogere officieren van het pantserwapen. Na zijn slagen werd hij in december 1936 de commandant van een gemechaniseerde brigade. Tsjoejkov werd op 27 februari 1938 bevorderd tot kombrig (brigadegeneraal, de laagste opperofficiersrang). In april 1938 volgde hij nog een cursus over gemechaniseerde oorlogsvoering en later dat jaar kreeg hij het bevel over het 5e Jagerkorps in Wit-Rusland. Op 23 juli 1938 werd uit dit korps de Bobroejsk-Legergroep geformeerd en diezelfde dag volgde Tsjoejkovs bevordering tot komdiv. De bevorderingen volgden elkaar snel op; al op 9 februari 1939 volgde de promotie tot komkor. De Bobroejsk-Legergroep, gelegerd in het Wit-Russische Speciale Militaire District, werd op 15 september 1939 hernoemd tot 4e Leger. Met het 4e Leger was Tsjoejkov in de tweede helft van september betrokken bij de 'bevrijding' van westelijk Wit-Rusland en de verovering van Oost-Polen.

Finland en China

Tijdens de Winteroorlog tegen Finland van 1939-1940 voerde Tsjoejkov het bevel over het 9e Leger. Ondanks de numerieke meerderheid verliep deze campagne echter desastreus voor de Sovjets en Tsjoejkovs leger leed bij Suomussalmi zware verliezen tegen een minderheid van zeer gemotiveerde Finse verdedigers. Tsjoejkovs hoofdkwartier bleek te ver van het front af te liggen, de schuld van Tsjoejkovs voorganger, kombrig Doechanov, en toen de verbindingen verbroken werden verloor Tsjoejkov de controle over het gevecht. Ondanks dit debacle werd Tsjoejkov onderscheiden met de Orde van de Rode Ster en werd zijn rang van Komkor op 4 juni 1940, na invoering van het nieuwe rangenstelsel, omgezet naar luitenant-generaal.

In december 1940 werd Tsjoejkov naar China overgeplaatst. De mislukkingen in Finland hadden een smet op zijn carrière achtergelaten, maar Tsjoejkovs positie in China was zeker niet onbelangrijk. Hij werd door Stalin persoonlijk gebriefd waarna hij in Tsjoengking de militair attaché en voornaamste militaire adviseur werd van Tsjiang Kai-sjek, de Chinese leider, als onderdeel van een oude Russisch-Chinese overeenkomst om samen te werken tegen de Japanse expansiedrift. Ook schreef Tsjoejkov rapporten voor Moskou over de praktijken in Tsjiang Kai-sjeks hoofdkwartier. Toen operatie Barbarossa op 22 juni 1941 van start was gegaan waren alle ogen van de wereld op dit front gericht en hadden de Chinezen en de Japanners als het ware bij afspraak de vijandelijkheden gestaakt. Tsjoejkov had daarom veel minder te doen en diende herhaaldelijke verzoeken bij Moskou in om naar de Sovjet-Unie terug te mogen keren. Tsjiang Kai-sjeks commandanten deden ondertussen alles wat zij konden om de Sovjetverhouding met Japan te vertroebelen. De Chinezen zetten een aantal provocerende stappen om de Sovjets samen met de Chinezen een campagne tegen de Japanners in te laten zetten. De Sovjetregering besloot uiteindelijk aan de provocaties een einde te maken door Tsjoejkov terug te roepen naar de Sovjet-Unie.

Luitenant-generaal Tsjoejkov, tweede helft van 1942

Begin maart 1942 was Tsjoejkov weer terug in Moskou. Hij deed verslag over zijn werk in China en verzocht zo snel mogelijk naar het front gestuurd te worden. In mei werd Tsjoejkov benoemd tot waarnemend commandant van het 1e Reserveleger, een aantal onvolledige divisies die aan het trainen waren in de omgeving van Toela.
Begin juli werd de legerstaf naar Stalinogorsk overgeplaatst. Op een dag bleef Tsjoejkov tot middernacht in het hoofdkwartier waarna hij naar zijn verblijf wilde gaan. Hij lette echter niet op de toestand waarin de chauffeur zich bevond. Met grote snelheid reed de auto weg en bij een bocht in de weg sloeg de auto over de kop. Bewusteloos werd Tsjoejkov gevonden en naar het ziekenhuis gebracht. Na een week was Tsjoejkov weer op de been, hoewel hij nog met een stok liep, maar het zou nog een jaar duren voor hij volledig hersteld was. Begin juli ontving Tsjoejkov bericht dat zijn leger per 10 juli omgedoopt zou worden tot het 64e Leger en naar de Don werd overgeplaatst.

Het Stalingrad Front

Tsjoejkov bereikte op 16 juli het hoofdkwartier van het Stalingrad Front, dat onder commando stond van Maarschalk van de Sovjet-Unie Timosjenko. In de loop van de tweede helft van juli kwamen ook de troepentreinen met Tsjoejkovs troepen aan. Tsjoejkov ontving op 17 juli instructies van het fronthoofdkwartier: het 64e Leger moest in de nacht van 19 juli stellingen betrekken aan de Don, ten zuiden van de rivier de Tsjir. De troepen hadden vanaf het station echter nog een mars van ruim 200 kilometer voor de boeg, en de laatste troepentreinen zouden pas op 23 juli arriveren. Na overleg met de operaties-officier van het front, kolonel Roechle, werd de datum in 21 juli veranderd. In de avond van de 19e kwam luitenant-generaal Vasili Nikolajevitsj Gordov aan op het hoofdkwartier van het 64e Leger, gevestigd in de boerderij Ilmen-Tsjirsky, met instructies het commando van Tsjoejkov over te nemen. Stavka had namelijk nog twijfels over diens bekwaamheid en ervaring. Tsjoejkov was in deze zware tijd zeker geen vijfde wiel aan de wagen en werd daarom aangesteld als Gordovs plaatsvervanger. Gordov was een bekwaam maar prikkelbaar commandant die geen tegenwerpingen van zijn ondergeschikten duldde. Tsjoejkov kon niet met hem opschieten. Hij kreeg van Gordov opdracht met drie jagerdivisies en een mariniersbrigade het zuidwestelijke deel van het front van het 64e Leger te verdedigen.

Toen Tsjoejkov op 22 juli om 05:00 uur 's morgens terugkeerde, vernam hij dat Gordov de vorige avond naar Moskou ontboden was. Deze keerde op 23 juli terug om het commando over het Stalingrad Front over te nemen van Timosjenko. Weer was Tsjoejkov waarnemend commandant van het 64e Leger. Later die dag vloog Tsjoejkov in een onbewapende PO-2 dubbeldekker naar de 66e Jagerbrigade bij Soevorovsky om de commandant persoonlijk een order te overhandigen. Op de terugreis besloot Tsjoejkov over de frontlijn te vliegen om de stellingen van zijn troepen uit de lucht waar te nemen. Het toestel werd aangevallen door een Duitse Junkers Ju-88, maar slaagde erin een noodlanding te maken. Tsjoejkov en zijn piloot wisten licht gewond uit het toestel te komen voordat het in vlammen opging. De Duitse piloot nam aan dat de inzittenden dood waren en verdween achter de horizon.

In de vroege ochtend van de 25e kreeg Tsjoejkov zijn vuurdoop toen drie Duitse divisies aanvielen op de rechterflank van het 64e Leger. Ondanks het numerieke overwicht van de Duitsers sloegen de Sovjets krachtig terug. 's Middags slaagden de Duitse troepen er toch in een wig in de verdediging te drijven. De volgende dag stuurde Tsjoejkov de 66e Mariniersbrigade om de bres te dichten. De brigade slaagde erin in dekking te gaan en de vijandelijke aanvallen af te slaan.

Krylov, Tsjoejkov, Goerov en Rodimtsev in het hoofdkwartier van het 62e Leger

Op 30 juli arriveerde generaal-majoor Michaïl Sjoemilov op het hoofdkwartier van het 64e Leger. Hij was gezonden om het commando over het leger over te nemen. Tsjoejkov moest zich bij Gordov melden. Die avond droeg Tsjoejkov het commando over en vertrok hij naar het fronthoofdkwartier. Het duurde twee dagen voor Tsjoejkov Gordov te spreken kon krijgen. Hij slenterde wat door de stad en op de avond van 1 augustus kreeg hij Gordov eindelijk te spreken. Deze was ervan overtuigd dat de Duitsers vastgepend zaten en met één slag konden worden vernietigd. In Tsjoejkovs ogen kende de frontcommandant de frontsituatie niet. Tsjoejkov kreeg van Gordov opdracht een verslag te schrijven over waarom de rechterflank van zijn leger teruggetrokken was over de rivier de Tsjir. Tsjoejkov verzocht terug te keren naar het legerhoofdkwartier om daar het verslag te schrijven en vertrok onmiddelijk. Hier aangekomen stelde Sjoemilov voor dat Tsjoejkov naar de zuidelijke sector zou gaan om een duidelijker beeld van de situatie daar te verkrijgen en de maatregelen die de situatie vereisten ter plaatste te nemen. Verheugd bevrijd te zijn van het schrijven van het nutteloze rapport vertrok Tsjoejkov. Tegelijkertijd werd hij als Sjoemilovs plaatsvervanger aangesteld.

Tsjoejkov neemt de leiding over

Op 11 september 1942 werd Tsjoejkov ontboden op het hoofdkwartier van het Stalingrad Front. Hij arriveerde hier de volgende dag om 10:00 uur 's morgens en had een kort gesprek met de frontcommandant, kolonel-generaal Andrej Jerjomenko, en het Lid van de Militaire Raad (de politieke commissaris) van het front, Nikita Chroesjtsjov. Tsjoejkov was benoemd tot commandant van het 62e Leger. Chroesjtsjev vertelde Tsjoejkov dat de commandant van het 62e Leger, luitenant-generaal Anton Lopatin, niet geloofde dat zijn leger de stad kon behouden. In plaats van tot het uiterste te vechten begon hij zijn eenheden zonder toestemming terug te trekken. Hij was daarom van zijn commando ontheven en het leger was tijdelijk onder het commando van de chef-staf, generaal-majoor Nikolaj Krylov, komen te staan. Chroesjtsjov voegde hier aan toe dat hij op de hoogte was van de geslaagde operaties van Tsjoejkovs zuidelijke groep aan de rivier de Aksai. Tsjoejkov schreef later:

"Ik vatte dit op als een compliment, een compliment dat voor mij eveneens verplichtingen betekende.
Tenslotte vroeg Nikita Chroesjtsjov mij:
"Kameraad Tsjoejkov, hoe legt u uw taak uit?"
Ik had niet verwacht een dergelijke vraag te moeten beantwoorden, maar ik hoefde niet lang na te denken - alles was duidelijk.
"Wij kunnen de stad niet aan de vijand overgeven, want ze is voor ons en voor het gehele volk der Sovjets van het grootste belang," antwoordde ik. "Het verlies zou het moreel van het volk ondermijnen. Alle mogelijke maatregelen zullen worden genomen om te verhinderen dat de stad valt. Ik vraag nu niets, maar ik zou de Militaire Raad willen vragen mij geen hulp te weigeren wanneer ik die vraag en ik zweer dat ik zal standhouden. Wij zullen de stad verdedigen of sneuvelen."
Zij keken mij aan en zeiden dat ik mijn taak juist had begrepen. Wij waren klaar."

De meningen over de nieuwe bevelhebber waren verdeeld. Regelmatig werd hij omschreven als ruw, barbaars en meedogenloos. Tsjoejkov had inderdaad een explosief karakter: in de stress van de strijd werd hij soms zo agressief dat hij ondergeschikten sloeg met een stok. Tsjoejkovs groffe gedrag was niet altijd gerechtvaardigd, maar toch was de algemene opinie dat Tsjoejkov zich normaal gedroeg als hij zag dat een soldaat werkelijk zijn best had gedaan zijn opdracht te vervullen.

Luitenant-generaal Tsjoejkov, ergens in de eerste helft van WO2

Tsjoejkov had een gezond gevoel voor humor en zijn boosaardige glimlach ontblootte een gebit met gouden kronen. Hij was breed gebouwd en een dichte, wilde haarbos. Met zijn sterke boerse trekken viel hij als generaal niet op temidden van zij troepen. De Sovjetpropaganda typeerde hem later als het ideale product van de Oktoberrevolutie.

Tsjoejkov was nog maar ruim een dag in de stad toen de Duitsers op de 14e een zware aanval lanceerden waar het zwakke 62e Leger niet tegen was opgewassen. Ter versterking van het leger zou die avond de sterke 13e Garde-Jagerdivisie de Volga oversteken, maar het was onzeker of de Sovjets de aanlegsteigers zo lang in handen konden houden. Daarom werd de divisie bij daglicht verscheept; de meerderheid van de gardisten stierf tijdens de gevaarlijke overtocht door Duitse aanvallen, maar degenen die de westelijke oever haalden gingen met buitengewone wilskracht de strijd aan met de Duitsers. In wrede man-tegen-man-gevechten wisten ze de Duitsers van de oversteekplaats te verdrijven.

Tsjoejkovs tactieken

Tsjoejkov zag al snel in dat de zware artillerie te kwetsbaar was in de stad en de kanonnen er niet konden manoeuvreren. Daarnaast waren er geen voertuigen om de kanonnen te verplaatsen. Daarom besloot hij al op 14 september alle zware artillerie naar de oostelijke oever van de Volga over te laten brengen. Hier kon het geschut ook efficiënter bevoorraad worden, aangezien de munitie niet over de Volga gebracht hoefde te worden. Artilleriewaarnemers in de stad zouden doelen aan de artillerie doorgeven en het vuur corrigeren.

De eerste aanval hadden de Sovjets weerstaan, maar er moest nog een hoop gebeuren voordat het 62e Leger een effectieve strijdmacht zou zijn. Tsjoejkov besefte dat het moreel en de stemming van zijn troepen moesten verbeteren. Alleen dan kon strikte discipline effectief zijn. Zo moedigde Tsjoejkov de officieren aan om hun grotere en betere rantsoenen te delen met hun ondergeschikten. Tsjoejkov realiseerde zich dat de gewone soldaat een zeer belangrijke rol speelde. Hij was van mening dat zij meer wisten van de psychologie, het karakter en de morele sterkte van de vijandelijke troepen dan de officieren die zich in de achterhoede bevonden. Tsjoejkov zag de waarde in van gesprekken met zijn manschappen en was regelmatig temidden van zijn soldaten aan de frontlijn te vinden.

Verder bevorderde Tsjoejkov zelfstandigheid en het nemen van initiatieven. Deze hoge mate van vrijheid van handelen gaf de Sovjettroepen meer eigenwaarde en maakte het 62e Leger flexibel en inventief: aspecten waarmee de geroutineerde Duitse troepen moeilijk om konden gaan. Het grote Duitse sterktepunt begon een zwaktepunt te worden. Net als in de burgeroorlog vochten de Sovjettroepen ook veelal 's nachts en gaven ze de voorkeur aan man-tegen-man-gevechten, waarvan ze wisten dat de Duitsers hieraan een hekel hadden.

Om de inventiviteit te bevorderen liet Tsjoejkov stormgroepen formeren - kleine groepjes zwaar en divers bewapende soldaten die specifieke taken kregen toegewezen. Er werd een aantal gebouwen in de stad uitgekozen die door stormgroepen werden veroverd en door ongeveer 50 man werden bezet. De gebouwen werkten als golfbrekers en dienden tot het uiterste te worden verdedigd. Bekende voorbeelden hiervan waren de verdediging van Pavlovs Huis en de graanlift. Tegen enorme Duitse meerderheden wisten de Sovjettroepen onder dikwijls afschuwelijke omstandigheden lang vol te houden. Een Duitse soldaat schreef over de vijandelijke standvastigheid: "De Russen zijn niet menselijk, ze zijn gemaakt van gietijzer."

Het einde van de slag
Tsjoejkov in winterkleding, winter 1943/1944 of 1944/1945

De Duitsers lanceerden nog diverse zware aanvallen en hadden uiteindelijk 90 procent van de stad in handen, maar net als op 14 september wisten de Sovjets stand te houden. Tsjoejkov, met zijn hoofdkwartier praktisch aan de frontlijn, had zich ontwikkeld tot een meester in stadsgevechten. General der Panzertruppe Friedrich Paulus, de opperbevelhebber van het 6. Armee, die zijn hoofdkwartier ver buiten de stad had gevestigd, kon de situatie niet naar zijn hand zetten.

De slag werd op de steppe buiten de stad beslist: Stavka had hier wekenlang troepen samengetrokken om de astroepen in een enorme operatie te omsingelen. Tsjoejkov en zijn staf waren hiervan niet op de hoogte gebracht; hun enige taak was de Duitse troepen zoveel mogelijk in de stad te binden, waardoor de flanken van het 6. Armee minder zwaar verdedigd zouden worden. Voor dit doel kreeg Tsjoejkov maar net genoeg middelen; de meeste wapens, munitie en nieuwe divisies waren nodig om de legers die het tegenoffensief gingen uitvoeren uit te rusten. De aanval, met de codenaam operatie Uranus, begon op 19 november en was een snel en volledig succes. Precies volgens plan ontmoetten de Sovjetspeerpunten elkaar op de 23e bij Kalatsj aan de Don. Een Duitse ontzettingsoperatie in december faalde en ook een luchtbrug ter bevoorrading van de omsingelde troepen werd een mislukking. Hoewel de slag eigenlijk beslist was zou het nog tweeënhalve maand duren voordat de Duitsers capituleerden.

Nadat op 8 januari 1943 een capitulatie-aanbod door Paulus werd afgewezen startten de Sovjettroepen op 10 januari een slotoffensief, operatie Ring. Het door de Duitsers bezette gebied slonk snel en op 31 januari gaf Generalfeldmarschall Paulus zich over, maar niet aan het 62e Leger, dat hij tijdens de slag hoofdzakelijk tegenover zich had gehad. Zijn hoofdkwartier werd als eerste bereikt door troepen van het 64e Leger en hij gaf zich over aan hun commandant. Dit lijkt een onbelangrijk detail, maar Tsjoejkovs troepen, die de zwaarste last hadden gedragen tijdens de gevechten, voelden zich beroofd van hun 'prijs'. Daar kwam nog bij dat Tsjoejkovs prestaties enigszins werden overschaduwd door die van Maarschalk van de Sovjet-Unie Georgi Zjoekov, mede-architect van operatie Uranus, die het grootste deel van de roem kreeg. Het wekte bij Tsjoejkov een weerzin jegens Zjoekov op.

Opmars naar Duitsland

Het 62e Leger werd op 5 mei 1943 bij Stavka-directief van 16 april 1943 hernoemd tot 8e Gardeleger vanwege haar verdiensten tijdens de Slag om Stalingrad. Tegelijkertijd werden ook het 21e, 24e, 64e en 66e Leger tot de gardestatus verheven.

Na de strijd aan de Volga rukte Tsjoejkovs 8e Gardeleger westwaarts op richting de Don en Izjoem aan de Donets. Op 27 oktober 1943 werd Tsjoejkov bevorderd tot kolonel-generaal. Hierna keerde het leger zuidwestwaarts, stak het de Dnjepr over, trok het richting Nikopol en Krivoj Rog bij de Donbass, stak het de Boeg over en bevrijdde het Zaporozje en Odessa. Vanwege zijn successen kreeg Tsjoejkov op 19 maart 1944 de titel Held van de Sovjet-Unie. Hierna keerde het leger naar het noordwesten, stak het de Poolse grens over en was het betrokken bij de operaties bij Lublin, Brest en Warschau.

Tweevoudig Held van de Sovjet-Unie legergeneraal Tsjoejkov in 1950

In januari 1945 was het duidelijk dat de oorlog bijna voorbij was en rukten de Sovjetlegers razendsnel op. De Weichsel was overgestoken en op 17 januari kreeg Tsjoejkovs leger, vijf dagen eerder dan volgens schema, de industriestad Lodsch (Łódź) in het vizier. Tsjoejkov besloot de stad de volgende dag aan te vallen zonder het fronthoofdkwartier te raadplegen, maar de volgende ochtend werden zijn troepen bijna gebombardeerd door de luchtmacht. 's Avonds was de stad in Sovjethanden.

Op 24 januari kreeg Tsjoejkov bevel Posen (Poznań) in te nemen, wat precies op de route van Warschau naar Berlijn lag. Tsjoejkov vroeg zich af of het fronthoofdkwartier van Zjoekov wel iets van de indrukwekkende vesting af wist. Zjoekov was van de sterkte van de vesting op de hoogte gebracht, maar liet zijn pantserspeerpunten om de stad heen trekken en het probleemgeval Posen over aan Tsjoejkovs 8e Gardeleger. Deze was hier niet blij mee en zijn weerzin tegen Zjoekov schijnt er alleen maar door te zijn versterkt. Tsjoejkovs ervaring in straatgevechten uit Stalingrad kwam goed uit, maar hij had nu de beschikking over een enorme gemechaniseerde macht waar de Duitsers niet tegen op konden. Op 18 februari gaf Tsjoejkov het sein de vesting te bestormen, voorafgegaan aan een zwaar, vier uur durende artilleriebeschieting. De Sovjettroepen vochten zich door de bressen die het vuur in het fort had geslagen een weg naar binnen. In de vroege uren van 23 februari pleegde de commandant van de vesting, Generalmajor Ernst Gonell, zelfmoord. Later die dag gaf het restant van het garnizoen van Posen, dat intussen al meer dan 200 kilometer achter de frontlinie lag, zich over.

Eind januari staken de eerste Sovjettroepen de Oder over. Er werd een bruggenhoofd gevestigd en vooruitgeschoven troepen van Tsjoejkov begonnen met het aanleggen van oversteekplaatsen over het dunne ijs. Er werd anti-tankgeschut op ski's naar de overkant gebracht om de kwetsbare stellingen te verdedigen. Hierna rukten Tsjoejkovs troepen verder op naar een hoger gelegen terrein met een weids uitzicht over de Seelower Hoogten in het westen, het Reitwein Spur.
Op dit moment kwam de opmars tot stilstand: Stalin gaf Zjoekov opdracht zijn 1e Wit-Russische Front, waar het 8e Gardeleger onder viel, de stellingen aan de Oder te laten consolideren, om vervolgens naar het noorden op te rukken en aansluiting te zoeken met Rokossovski's 2e Wit-Russische Front, dat de snelle opmars niet bij had kunnen houden. Tsjoejkov, die nog steeds wrok koesterde tegen Zjoekov, vond het verachtelijk dat Zjoekov niet pleitte voor een snelle opmars naar Berlijn, nu deze stad nog zwak verdedigd was. Zjoekov en de anderen vonden het risico te groot, gelet op de uitgeputte troepen, de bevoorradingstekorten en de kwetsbare rechterflank. Met deze opmerking wekte Tsjoejkov ook Zjoekovs woede. Tsjoejkov was op zijn beurt weer verbolgen over recente opmerkingen van Zjoekov dat hij wel erg lang had gedaan over de inname van de vesting Posen.

De slag om Berlijn

Voor zijn prestaties in het Odergebied kreeg Tsjoejkov op 6 april 1945 zijn tweede Held van de Sovjet-Unie-titel. Hij had met zijn vooruitgeschoven commandopost op het Reitwein Spur het beste zicht op de Seelower Hoogten, die de bruggenhoofden op de westelijke oever van de Oder beheersten. Maar de Hoogten vormden een geduchtere hindernis dan Zjoekov en Tsjoejkov dachten. Na een zeer intensieve artilleriebeschieting die begon om 05:00 uur Moskouse tijd op 16 april rukten de Sovjets op, maar er waren meerdere inschattingsfouten gemaakt waardoor de opmars die ochtend zeer traag verliep en de Duitse posities pas op de 19e waren opgerold. Nu stond de Sovjettroepen niets meer in de weg Berlijn aan te vallen. Tsjoejkovs 8e Gardeleger viel de stad aan vanuit het zuidoosten. Op 27 april werd het Landwehrkanaal bereikt. Omdat hij eerder bij de Reichstag wilde zijn gaf Tsjoejkov zijn linkerflank bewust opdracht naar links af te buigen, waardoor de weg naar de Reichstag van de troepen van Rybalko's leger werd geblokkeerd. Als een gevolg hiervan werden er vele verliezen geleden door eigen vuur. Na zware gevechten in de stad, waarbij door de haast vele slachtoffers vielen, bereikte Tsjoejkovs leger op 30 april de Reichstag.

Maarschalk van de Sovjet-Unie Tsjoejkov, jaren '50

Om 04:00 uur op 1 mei 1945 arriveerden General der Infanterie Hans Krebs, de Chef van de Generale Staf van het Heer, en Oberst Theodor von Dufving, de chef van de generale staf van General der Artillerie Helmuth Weidling, met een witte vlag bij Tsjoejkovs hoofdkwartier. Ze waren door Joseph Goebbels, de Minister van Volksvoorlichting en Propaganda, gestuurd om over een wapenstilstand te onderhandelen. Krebs sprak vloeiend Russisch en informeerde Tsjoejkov over Hitlers dood in de bunker onder de Reichskanzlei enkele uren eerder. Tsjoejkov wist hier nog niets vanaf maar antwoordde kalm dat hij dit al wist. Hij was echter alleen bereid een onvoorwaardelijke overgave te accepteren, waar Krebs door Goebbels niet voor geautoriseerd was. Toen Goebbels rond 20:30 zelfmoord pleegde was het aan Weidling, de commandant van Berlijn, om met de Sovjets te onderhandelen. De volgende ochtend ontmoette hij Tsjoejkov. Weidling stemde in met een onvoorwaardelijke overgave en stelde een order op aan zijn troepen zich over te geven. De ontmoeting eindigde om 08:23 uur. De eer de overgave te mogen accepteren werd door de mannen van het 8e Gardeleger als zeer belangrijk en passend ervaren nadat Tsjoejkov de overgave van Paulus in Stalingrad niet had kunnen accepteren.

Na de oorlog

Tsjoejkov bleef na de oorlog in Duitsland. Hij werd op 12 november 1948 bevorderd tot legergeneraal, de op één na hoogste rang in het Sovjetleger. In 1949 werd hij benoemd tot opperbevelhebber van de Groep Sovjetstrijdkrachten in Duitsland (GSVG). Zijn oude 8e Gardeleger maakte hier ook deel van uit. Op 11 maart 1953 werd Tsjoejkov, tegelijk met nog vijf zeer verdienstelijke generaals uit de Grote Vaderlandse Oorlog, bevorderd tot de hoogste rang van maarschalk van de Sovjet-Unie. Op 26 mei 1953 werd Tsjoejkov opperbevelhebber van het Militaire District Kiev, wat hij bleef tot april 1960, toen hij opperbevelhebber van de grondstrijdkrachten van het Sovjetleger werd. Dit bleef hij tot 1964. Hij diende ook als hoofd van de Civiele Verdediging van 1961 tot aan zijn pensioen in 1972. Vanaf 1961 was Tsjoejkov lid van het Centrale Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, na vanaf 1952 kandidaat-lid te zijn geweest.

In de jaren '60 hielp Tsjoejkov de kunstenaar Jevgeni Voetsjetitsj met het ontwerpen van het 85 meter hoge standbeeld ‘Het Moederland Roept’, een gedenkteken van de slag om Stalingrad, wat op de Mamajev Koergan in Volgograd kwam te staan en in 1967 werd onthuld.

'Eeuwige roem!': Tsjoejkovs graf op de Mamajev Koergan

De befaamde maarschalk had in zijn lange carrière vele onderscheidingen gekregen. Hij was twee keer benoemd tot Held van de Sovjet-Unie en kreeg maar liefst negen Ordes van Lenin, de hoogste orde van de Sovjet-Unie, de laatste in 1980. Hiernaast werd hij onderscheiden met een Orde van de Oktoberrevolutie, vier Ordes van de Rode Banier, drie Ordes van Soevorov 1e Klasse, een Orde van de Rode Ster en dertien medailles. Hij kreeg verder zeven buitenlandse ordes, waaronder de hoogste orde van de Mongoolse Volksrepubliek, de Orde van Soechbaatar.

In 1981 brak Tsjoejkovs oude oorlogswond die hij in 1920 in Polen had opgelopen hem op. De wond ging open, infecteerde en leidde tot sepsis. Na een ziektebed van negen maanden overleed tweevoudig Held van de Sovjet-Unie Maarschalk van de Sovjet-Unie Vasili Ivanovitsj Tsjoejkov op 18 maart 1982, op 82-jarige leeftijd, in Moskou. Hij was de enige Sovjetmaarschalk die buiten Moskou werd begraven, en wel op de Mamajev Koergan in Volgograd, het voormalige Stalingrad.

Home